Het is een ongemakkelijke waarheid waar we in Suriname liever omheen lopen, maar ze bestaat wel degelijk.
Er zijn mensen in dit land die maandelijks een royaal bedrag in euro’s ontvangen van familie en vrienden uit Nederland en daardoor de motivatie om te werken volledig hebben verloren.
Ik ken er persoonlijk een aantal die zonder schaamte hebben gezegd dat zij het nut van werken niet meer inzien. Met de euro’s die elke maand binnenkomen, redden zij het prima.
Laten we eerlijk zijn: het is naïef om te doen alsof dit om enkelingen gaat. Het is aannemelijk dat een aanzienlijk deel van de samenleving structurele financiële steun ontvangt uit Nederland.
Dat heeft gevolgen, ook al willen we die niet altijd benoemen.
Gratis geld verandert gedrag
Wie elke maand geld krijgt zonder er iets tegenover te hoeven zetten, raakt onvermijdelijk gedemotiveerd. Werken vraagt discipline, op tijd komen, verantwoordelijkheid dragen en soms ook frustratie slikken.
Donatiegeld vraagt niets. Geen wekker, geen baas, geen verplichtingen. Het breekt langzaam maar zeker het besef af dat arbeid de basis is van zelfstandigheid en eigenwaarde.
Daar komt bij dat de euro, door de wisselkoers, veel sterker aanvoelt dan lokaal verdiend SRD-inkomen. Een paar honderd euro per maand kan al meer opleveren dan een fulltime baan. In zo’n situatie wordt werken gezien als overbodig, zelfs als dom.
Ondernemers zien de gevolgen dagelijks
Het is dan ook geen verrassing dat ondernemers in Suriname luid alarm slaan. Zij geven aan nauwelijks autochtone werknemers te vinden die serieus willen werken, willen leren en willen volhouden.
Dat probleem komt niet uit de lucht vallen. Het is het directe gevolg van een cultuur waarin ontvangen belangrijker is geworden dan bijdragen.
Steun uit Nederland kan tijdelijk helpen, maar structurele afhankelijkheid torpedeert onze arbeidsethos. Een land kan niet bouwen op donaties alleen.
Zonder werkdrang verarmt niet alleen de economie, maar ook de mentaliteit van de samenleving.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







