Ik merk het steeds vaker om me heen. Waar wij vroeger na schooltijden of zelfs tijdens school automatisch naar buiten gingen om djompo futu te spelen, zie ik kinderen nu vooral binnen zitten.
Djompo futu was geen spel dat je gepland speelde. Het ontstond vanzelf. Iemand tekende vakken in het zand, een steentje werd gevonden en voor je het wist stond er een rij kinderen te wachten op hun beurt.
Meer dan alleen een spel
Wat veel mensen vergeten, is dat djompo futu meer was dan tijdverdrijf. Het trainde balans, focus en uithoudingsvermogen.
Maar belangrijker nog, het bracht kinderen samen. Je leerde wachten, verliezen, winnen en rekening houden met elkaar.
Het erf en de straat waren onze speelplaats en tegelijk onze sociale school.
Vandaag is die rol grotendeels verschoven naar schermen. Gamen is niet per se slecht, maar het is een eenzame bezigheid. Je zit samen in dezelfde ruimte, maar ieder in zijn eigen wereld.
Veranderende tijden, veranderende jeugd
Natuurlijk verandert elke generatie. Ouders zijn voorzichtiger geworden. Verkeer is drukker. Schermen zijn overal.
Toch voelt het alsof we iets kwijtraken. Niet alleen een spel, maar een manier van opgroeien. Djompo futu stond voor vrijheid, creativiteit en simpel plezier zonder spullen.
Misschien komt het nooit helemaal terug zoals vroeger. Maar elke keer als ik ergens nog vaag zo’n patroon op de stoep zie, denk ik hetzelfde.
Dit was van ons. En het zou mooi zijn als kinderen van nu het ook nog eens mogen ervaren.







