De afgelopen zes jaar zijn voor veel Surinamers een economische nachtmerrie geweest. Wat ooit een trotse en groeiende middenklasse was, is in een rap tempo verdampt.
Een Surinamer die zich in 2018 nog comfortabel en misschien zelfs rijk voelde, kijkt nu in 2025 naar een bankrekening waarvan de koopkracht bijna volledig is weggevaagd.
Dit is het verhaal van een catastrofale monetaire ineenstorting die de ruggengraat van de samenleving heeft gebroken.
De ineenstorting van de SRD
De wortels van de crisis liggen in een verborgen schuldencrisis die aan het begin van dit decennium, gecombineerd met de COVID-19 schok, aan de oppervlakte kwam.
Het meest directe en vernietigende gevolg was de vrije val van de Surinaamse Dollar. Van een vaste koers van ongeveer 7,50 SRD voor een Amerikaanse dollar in 2019, schoot de marktprijs omhoog.
Na een devaluatie van ruim 180 procent tussen 2020 en 2021, en nog eens tientallen procenten daarna, moet men in oktober 2025 ongeveer 39 SRD neertellen voor één dollar.
In een economie die sterk afhankelijk is van import, betekent dit dat bijna alles duurder wordt. De brandstof voor de auto, de boodschappen in de supermarkt, bouwmaterialen voor een huis: de prijzen stegen explosief mee met de dollar en euro.
De middenklasse in de wurggreep
Het mechanisme dat de middenklasse sloopte, is pijnlijk eenvoudig. Ambtenaren, leraren, verpleegkundigen en kantoorpersoneel kregen hun salaris uitbetaald in de steeds minder waard wordende SRD.
Deze salarissen werden niet of nauwelijks aangepast aan de gierende inflatie. Terwijl de kosten van levensonderhoud explodeerden in harde valuta, bleef het inkomen achter.
Het netto-effect: wie zich in 2018 nog tot de middenklasse rekende, leeft nu qua koopkracht vaak op of onder de armoedegrens.
Spaargeld dat jarenlang zorgvuldig was opgebouwd in SRD, smolt weg als sneeuw voor de zon. Alleen wie toegang had tot dollars of euro’s, bijvoorbeeld via familie in het buitenland of exportinkomsten, kon zijn vermogen enigszins beschermen.
Middelgrote ondernemers, de motor van de middenklasse, kwamen eveneens in de knel.
Zij moesten hun voorraad inkopen in dure buitenlandse valuta, maar verdienden in de zwakke SRD van klanten die zelf steeds minder te besteden hadden.
De subsidieval en het OMO schandaal
De pijn werd verergerd door beleidskeuzes. Onder druk van het IMF moest de overheid bezuinigen en subsidies afbouwen.
Het oude systeem, waarbij brandstof, elektriciteit en water voor iedereen goedkoop werden gehouden (objectsubsidie), werd vervangen.
De allerarmsten kregen gerichte steun via ‘Moni Karta’ (subjectsubsidie).
De middenklasse, die op papier te veel verdiende voor deze steun, viel tussen wal en schip. Zij moesten de volle pond betalen voor de explosief gestegen markttarieven van nutsvoorzieningen en brandstof en droegen zo de zwaarste lasten van de economische aanpassing.
Een ander dieptepunt was het schandaal rond de Open Market Operations (OMO) van de Centrale Bank. Om de inflatie te beteugelen, bood de bank termijndeposito’s aan met astronomisch hoge rentes, tot wel 90 procent.
Commerciële banken kochten deze gretig op en verdienden miljarden aan risicovrije rente, betaald door de belastingbetaler.
Terwijl de banken recordwinsten boekten, zorgde dit beleid ervoor dat de rente voor gewone leningen en hypotheken onbetaalbaar werd voor de burger.
Het was een enorme vermogensoverdracht van publiek geld naar de aandeelhouders van de banken, terwijl de middenklasse werd geconfronteerd met bezuinigingen.
Verlies van perspectief en brain drain
Het resultaat is het verlies van een complete levensstijl. De kenmerken van de Surinaamse middenklasse – een eigen auto, een redelijke woning, kinderen op een particuliere school, af en toe een vakantie – zijn voor velen onbereikbaar geworden.
Gezinnen moeten hun auto verkopen, besparen op basisbehoeften zoals voeding en zorg, en maken schulden voor onverwachte uitgaven.
Wie diploma’s, kapitaal of connecties heeft, zoekt zijn heil in het buitenland, vooral in Nederland.
Hierdoor verliest Suriname juist de mensen die essentieel zijn voor de opbouw van het land: verpleegkundigen, docenten, IT-specialisten en ondernemers.
Achterblijft een samenleving met een enorme concentratie van rijkdom aan de top, een kleine groep die profiteert van de dollar-economie, en een grote, verarmde massa die ooit de trotse middenklasse vormde.
Ida Thornhill
Docente / Columniste / Auteur







