De uitspraak van NPS-voorzitter tevens voorzitter van de NPS, Gregory Rusland, dat “kennelijk ook voor Nederland een moreel obstakel is verdwenen”, zegt meer dan op het eerste gezicht lijkt.
Het raakt aan een fundamenteler debat: over welk moraal spreken we eigenlijk? En wie bepaalt welke daden zwaar wegen en welke we grotendeels negeren?
De morele meetlat die in het politieke en maatschappelijke discours wordt gebruikt, lijkt opvallend flexibel, vooral wanneer het om Nederland gaat.
De selectieve nadruk op de Decembermoorden
Dat Desi Bouterse is veroordeeld voor de Decembermoorden staat vast. Het is een misdaad die blijvende littekens heeft achtergelaten en een essentieel hoofdstuk vormt in de moderne Surinaamse geschiedenis.
Maar waarom wordt deze gebeurtenis — hoe ernstig ook — telkens als hét absolute morele ankerpunt gebruikt door Nederland en Surinamers, terwijl andere historische misdaden zorgvuldig worden omzeild?
Waarom horen we geen vergelijkbare verontwaardiging, morele zelfreflectie of juridische strengheid over de trans-Atlantische slavernij, waar Nederland structureel en systematisch aan heeft verdiend?
Waarom krijgt één episode uit de jaren tachtig consequent meer morele en politieke aandacht dan eeuwenlange institutionele onderdrukking, deportatie, geweld en exploitatie van miljoenen Afrikanen en hun nakomelingen?
Deze selectie in verontwaardiging voelt niet als toeval, eerder als comfortpolitiek.
Slavernij als voetnoot: het grote morele ongemak
Slavernij blijft, vooral vanuit Nederlands perspectief, vaak in de categorie “geschiedenis” geplaatst in plaats van “misdaad”.
Daardoor blijft het gemak waarmee de Nederlandse monarchie Suriname bezoekt, zonder expliciete morele verantwoording, wringen.
Want hoe kan men spreken van een morele drempel die nu “verdwenen” is, terwijl er nooit werkelijk over de grootste historische drempel — slavernij — is gestapt?
Geen proces.
Geen schuldigen.
Geen structurele herstelmaatregelen
Surinamers worden geacht verzoening te omarmen, terwijl het cruciale stuk van de morele puzzel ontbreekt.
Politieke hypocrisie: samenwerken wanneer het uitkomt
Het roept ook een tweede ongemakkelijke vraag op: als Nederland de banden nu weer aanhaalt, op basis van welk principe gebeurt dat dan?
Critici raken terecht een gevoelige snaar: samenwerken met Bouterse was in eerdere decennia nooit een probleem wanneer geopolitieke of economische belangen meespeelden. Maar nu wordt het morele kompas plots wél het argument.
Moreel leiderschap is pas geloofwaardig wanneer het consistent is, niet wanneer het mee buigt met politieke windrichtingen.
D. Karamat-Ali
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








