In Suriname is het bijna een gewoonte om met elkaar te praten over eten, vooral over wat goed, lekker of vies zou zijn. Toch valt er iets op in dat gesprek. Sommige mensen kijken neer op anderen die groente zoals dagoeblad uit de goot of langs de straat plukken.
Terwijl diezelfde mensen zonder aarzelen op de markt precies diezelfde groente kopen, zonder te weten waar die vandaan komt.
Het is een vreemde tegenstelling. Als iemand openlijk zegt dat hij zijn dagoeblad zelf oogst uit een plek waar het vrij groeit, wordt dat al snel gezien als armoede of onhygiënisch gedrag.
Wie controleert de groente op de markt?
Toch is er zelden iemand die vraagt waar de groente van de marktverkoper werkelijk vandaan komt. Niemand controleert of die planten misschien juist uit diezelfde goot of sloot komen.
Deze houding laat zien hoe sterk het oordeel van de samenleving is, vaak gebaseerd op uiterlijk of status in plaats van op feiten.
Er wordt meer gekeken naar wie iets doet dan wat er werkelijk aan de hand is. Terwijl de meeste mensen niet weten onder welke omstandigheden hun groenten worden geteeld of gewassen.
Imago belangrijker is dan gezond verstand
Het lijkt alsof imago belangrijker is dan gezond verstand. Zolang het netjes verpakt ligt of er schoon uitziet, wordt het zonder twijfel gekocht. Maar zodra iemand zelf plukt, is het ineens “vies”.
Toch groeit het bewustzijn dat niet alles wat er goed uitziet, ook schoon of veilig is. Misschien wordt het tijd dat Surinamers minder snel oordelen over elkaar en meer nadenken over wat ze echt eten.
Want soms komt dat zogenaamd “goede” eten precies uit dezelfde plek als wat men belachelijk maakt.
Ida Thornhill
Docente / Auteur







