In Suriname wordt weleens gesproken over mensen die zichzelf boven anderen plaatsen. Het onderwerp komt terug in gesprekken binnen families en zelfs op de werkvloer.
Kleine opmerkingen of houdingen maken duidelijk dat sommigen zichzelf belangrijker vinden dan de rest.
In een gesprek met GFC Nieuws Lifestyle vertelt docente en trendwatcher Ida Thornhill dat dit verschijnsel niet nieuw is, maar de laatste jaren zichtbaarder lijkt te worden.
“Je ziet het in blikken, in toon en in woorden. Het kan gaan om neerkijken op iemands beroep, afkomst of manier van spreken.
Bekende uitspraken als ‘mi no si wan sma’ of ‘a no mi soort’ lijken grappig bedoeld, maar bevatten vaak een serieuze ondertoon. Daarmee plaats je jezelf automatisch boven de ander,” zegt Thornhill.
Volgens haar wordt dit gedrag ook gevoed door vooroordelen. Mensen worden beoordeeld op kleding, huidskleur, accent of de wijk waarin ze wonen.
Iemand met een dure auto of een titel krijgt sneller respect, terwijl iemand uit een eenvoudig gezin juist onderschat wordt. “Dat schept onzichtbare muren en belemmert echt contact,” legt Thornhill uit.
Ze wijst daarnaast op een opvallende trend: sommige Nederlanders van Surinaamse afkomst die tijdelijk in ons land verblijven wekken de indruk dat ze zich meer voelen omdat ze in Europa wonen.
“Dat werkt polariserend en roept irritatie op. Alsof je verblijf in Nederland je automatisch boven de rest plaatst. Terwijl waarde niet afhangt van waar je woont, maar van hoe je met mensen omgaat.”
Thornhill besluit dat echte kracht niet ligt in jezelf verheffen, maar in het zien van waarde in ieder ander.
“Respect begint niet met woorden, maar met hoe je iemand aankijkt. Pas als we dat begrijpen, kan saamhorigheid sterker worden.”