De Vereniging van Economisten in Suriname (VES) stelt dat Suriname zich bevindt in een kritische overgangsfase richting grootschalige olieproductie.
In haar nieuwjaarsboodschap benadrukt de organisatie dat de komende jaren zowel economische kansen als ernstige risico’s met zich meebrengen. Volgens de VES zal vooral 2026 bepalend zijn voor het vertrouwen in bestuur en economie.
VES-voorzitter Steven Debipersad wijst erop dat 2025 een jaar van overgang was, waarin belangrijke mijlpalen samenkwamen: de afronding van het IMF-programma, de verkiezingen en de aantreding van een nieuwe regering onder leiding van president Jennifer Geerlings-Simons. “Juist in deze fase is het cruciaal dat Suriname niet vervalt in oude patronen,” aldus Debipersad.
Stabiliteit hersteld, maar fundament blijft kwetsbaar
De economen erkennen dat het IMF-traject heeft bijgedragen aan macro-economische stabilisatie en schuldherstructurering.
Tegelijkertijd maakte de aanloop naar de verkiezingen opnieuw zichtbaar hoe kwetsbaar die stabiliteit is. Het financieringstekort liep op, kasbuffers namen af en zowel inflatie- als wisselkoersdruk keerden terug.
Volgens de VES is het beëindigen van het IMF-programma geen vrijbrief, maar juist een moment waarop eigen beleidsdiscipline centraal moet staan.
De organisatie benadrukt dat verkiezingsjaren niet langer mogen leiden tot ontsporing van begrotingsbeleid.
Olieproductie biedt kansen voor brede economische ontwikkeling
In de aanloop naar olie- en gasproductie ziet de VES duidelijke kansen voor de Surinaamse economie. Sectoren zoals logistiek, bouw, toerisme en zakelijke dienstverlening kunnen profiteren van verhoogde investeringen en economische activiteit.
Deze ontwikkelingen bieden mogelijkheden voor werkgelegenheid, kennisopbouw en economische diversificatie.
De VES onderstreept echter dat deze kansen alleen duurzaam zijn wanneer zij worden ingebed in een langetermijnvisie, waarin niet alleen de oliesector, maar ook andere productieve sectoren worden versterkt.
Gevaren van vrijblijvend beleid en zwak bestuur
Tegelijkertijd waarschuwt de VES nadrukkelijk voor de gevaren die gepaard gaan met toekomstige olie-inkomsten. Zonder duidelijke spelregels bestaat het risico dat deze middelen vooral consumptief worden aangewend, met beperkte structurele opbrengsten voor de samenleving.
De economen wijzen op de noodzaak van transparant beheer, strikte begrotingsdiscipline en onafhankelijke controle. Daarnaast uit de organisatie zorgen over de governance van parastatale bedrijven, waar zwak bestuur en onvoldoende verantwoording het risico vergroten op inefficiëntie en misbruik van middelen.
2026 als toetssteen voor leiderschap en vertrouwen
Volgens de VES moet 2026 het jaar worden waarin Suriname laat zien of het in staat is om volwassen om te gaan met de vooruitzichten van olie-inkomsten.
Duidelijke regels voor het beheer van deze inkomsten moeten niet alleen worden vastgesteld, maar ook consequent worden nageleefd.
In haar slotboodschap noemt de VES 2026 een economische en morele toetssteen. “De keuzes die nu worden gemaakt, bepalen of de olie-inkomsten vanaf 2028 bijdragen aan brede welvaart, of uitmonden in nieuwe kwetsbaarheid,” stelt de vereniging.
Leiderschap, integriteit en inclusiviteit zijn volgens de economen essentieel om duurzaam vertrouwen op te bouwen.







![[Aggregator] Downloaded image for imported item #426961](https://www.gfcnieuws.com/wp-content/uploads/2026/01/Untitled-1.jpgFFFFFFFFF.jpg)