Er heeft overleg plaatsgevonden tussen het Openbaar Ministerie (OM) en de Anti-Corruptie Commissie (ACC) over de uitvoering en handhaving van de wettelijk verplichte Verklaring van Inkomen en Vermogen (VIV).
Namens de ACC waren voorzitter Ilse Krenten en commissielid Prem Jethu aanwezig. Vanuit het Openbaar Ministerie namen deel: de Procureur-Generaal Garcia Paragsingh en de hoofdofficieren mr. N. Maikoe, mr. C. Bruining en mr. R. Gravenbeek.
Wettelijk instrument tegen corruptie
De Verklaring van Inkomen en Vermogen is een verplicht instrument dat voortvloeit uit de Anti-Corruptiewet 2017. Aangewezen publieke functionarissen zijn verplicht inzicht te geven in hun inkomsten, bezittingen en vermogenspositie.
Doel hiervan is het bevorderen van transparantie, het voorkomen van belangenverstrengeling en het versterken van het vertrouwen in het openbaar bestuur.
Internationaal geldt de VIV als een belangrijk anticorruptiemiddel en sluit Suriname hiermee aan bij standaarden zoals die van de United Nations Convention against Corruption (UNCAC), waarbij vermogensregistratie van publieke functionarissen wordt gezien als een essentieel preventief instrument.
Termijnen en omgang met overschrijding
Aanleiding voor het overleg waren diverse aandachtspunten die door de ACC onder de aandacht zijn gebracht. Daarbij ging het onder meer om de uiterste indieningstermijn, de omgang met (dreigende) termijnoverschrijdingen en de wijze waarop handhaving en vervolging moeten worden ingericht.
De geldende wettelijke termijn voor indiening en registratie van de Verklaring van Inkomen en Vermogen loopt tot 17 februari 2026.
Zowel de ACC als het OM benadrukten het belang van duidelijke procedures, zodat publieke functionarissen weten waar zij aan toe zijn en willekeur wordt voorkomen.
Rol en bevoegdheden ACC
De Anti-Corruptie Commissie is op grond van de wet belast met het toezicht op de naleving van de VIV-verplichting. Tot haar taken behoren onder meer:
het monitoren van tijdige indiening;
het rapporteren over de voortgang en naleving;
het adviseren over handhavings- en vervolgingsbeleid aan de bevoegde instanties.
Het Openbaar Ministerie is daarbij verantwoordelijk voor de beoordeling van mogelijke strafrechtelijke consequenties indien sprake is van structurele of opzettelijke niet-naleving.
Zorgvuldige en proportionele handhaving
Beide partijen gaven aan dat handhaving van de VIV-verplichting zorgvuldig, proportioneel en in overeenstemming met de rechtsstatelijke beginselen moet plaatsvinden.
Het overleg werd als constructief ervaren en heeft bijgedragen aan een betere afstemming tussen toezicht en vervolging.
Afgesproken is om de samenwerking en onderlinge communicatie voort te zetten, zodat de uitvoering van de VIV-verplichting niet alleen effectief is, maar ook bijdraagt aan rechtszekerheid en vertrouwen in het anticorruptiebeleid.




![[Aggregator] Downloaded image for imported item #426731](https://www.gfcnieuws.com/wp-content/uploads/2026/01/Suriname-en-Marokko-verstevigen-bilaterale-samenwerking-2.jpg)


