Westen ‘bevrijdde’ Libië van stabiliteit en bracht chaos, bloedvergieten en banditisme

In zijn 42-jarige loopbaan als leider van Libië veranderde kolonel Moammar Mohammed al-Kadhafi van schurk tot voorbeeldig wereldleider met wie alle andere wereldleiders op de foto wilden en terug tot bandiet.

Kort nadat hij de macht in zijn land overnam in 1969 werd hij de nagel aan de Westerse doodskist door Westerse bezittingen te nationaliseren en Libische miljoenen weg te halen bij Britse banken.

Hij stond ook in de voorhoede van de olieboycot van de VS in 1973 en ontpopte zich tot uitgesproken voorvechter van de Palestijnse zaak.

 

sarkozy-kadhafi

 

In 1981 kwam het tot openlijke gewelddadigheden tussen de Amerikaanse marine en Libische eenheden. Libische gevechtsvliegtuigen werden door de Amerikanen in 1981 en 1989 uit de lucht geschoten.

In 1986 bracht de US Navy een aantal Libische marineschepen tot zinken. Daarbij kwamen 35 mensen om het leven.

Libië kreeg de schuld van diverse terroristische aanslagen, werd beschuldigd van banden met terroristen en toenmalig president Ronald Reagan noemde Kadhafi “de wilde hond van het Midden-Oosten”.

 

cameron-kadhafi

 

In 2006 haalde de VS het land van de terroristenlijst en buitelden landen als Amerika, Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en anderen over elkaar om Kadhafi de hemel in te prijzen. Maar ook – of vooral – om zaken met het olierijke land te mogen doen.

In februari 2011 keerde het tij. Binnen enkele dagen na het begin van massademonstraties tegen de Libische regering keerden Amerika en Europa hun makker de rug toe.

Op 19 maart 2011 begonnen leiders die zich enkele weken eerder nog vrienden van Kadhafi noemden, het land te bombarderen. Presidenten die een paar maanden daarvóór lachend met hem voor foto’s hadden geposeerd, noemden hem een dief, dictator en moordenaar.

De bombardementen op Libië waren noodzakelijk “om de bevolking te beschermen en toegang te geven tot humanitaire steun” (Hillary Clinton, Buitenlandse Zaken VS) en om te voorkomen dat “ieder individu dat zelfs maar in de verte werd verdacht niet loyaal te zijn aan het regiem, werd vermoord” (Stephen Harper, Canada’s premier).

Vóór de Westerse interventie “hadden de Libiërs een onvoorstelbaar hoge levensstandaard, de hoogste in Afrika” zegt internationaal jurist Francis Boyle.

Hij verbaasde zich in 1986 over de empowerment van vrouwen, zegt hij: “Wat ik in Libië zag was dat vrouwen alles konden doen wat zij wilden doen.”

Vijf jaren terug hield Kadhafi Libische facties in evenwicht en zorgde zo voor stabiliteit.

Vijf jaren na de “bevrijding van het Libische volk’ is er geen regering in Libië – alleen chaos. Dankzij de bandeloosheid kon het terrorisme in de regio groeien.

Het rijkste land van Afrika is nu, met dank aan het Westen, in handen van bandieten: “Er zijn alleen bendes die op straat patrouilleren en elkaar vermoorden” zegt de Amerikaanse senator Richard Black.

Overige berichten