Wie regelmatig pendelt tussen Paramaribo en Nederlandse steden merkt hoe relatief iets ogenschijnlijk objectiefs als lengte kan zijn.
In Suriname hoor ik vrouwen geregeld tegen mannen van rond de 1.80 meter zeggen dat ze een mooie, zelfs lange lengte hebben.
Soms klinkt het bijna bewonderend. In gesprekken op terrassen in Paramaribo valt het me op hoe vanzelfsprekend die waardering wordt uitgesproken.
Hoe anders is dat beeld in Nederland. Vrienden en kennissen daar vertellen mij dat 1.80 meter nauwelijks indruk maakt.
Integendeel, het wordt vaak gezien als de ondergrens. “Je bent toch wel een beetje aan de korte kant,” krijgen mannen te horen.
Wat mij vooral treft, is dat sommigen dat oordeel internaliseren. Ze gaan zich daadwerkelijk kleiner voelen dan ze zijn.
Relatieve lengte in verschillende samenlevingen
Het verschil is niet moeilijk te verklaren. Nederland staat internationaal bekend als een van de langste landen ter wereld. De gemiddelde mannelijke lengte ligt er hoger dan in veel andere landen.
Wie 1.80 meter meet, zit daar dichter bij het gemiddelde dan erboven. In Suriname ligt het gemiddelde lager en springt diezelfde lengte er wél uit.
Maar het gaat niet alleen om statistiek. In Nederland is lengte onderdeel geworden van een cultureel ideaalbeeld.
Datingapps, sociale media en populaire cultuur benadrukken vaak dat “langer” beter is.
In Suriname speelt dat minder uitgesproken. Hier draait aantrekkelijkheid vaker om uitstraling, zelfvertrouwen en presentatie dan om een paar centimeters extra.
Wat mij fascineert, is hoe snel mannen zich aanpassen aan het dominante narratief. In Nederland voelen sommigen zich tekortschieten bij 1.80 meter. In Suriname lopen ze rechterop.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







