Voorlichting onmisbaar na wijziging Wetboek van Strafrecht

GFC NIEUWS- Voorlichting naar de gemeenschap na aanname van de ontwerp-wet wijziging van het Wetboek van Strafrecht is onmisbaar en moet al heel gauw op gang worden gebracht.
Zowel Rossellie Cotino, voorzitter van de Commissie van Rapporteurs, die zich over de ontwerp-wet heeft gebogen, als regeringscoördinator minister Soewarto Moestadja, heeft deze week de nadruk hierop gelegd.
Volgens de regeringscoördinator is aanname van de wet de eerste stap, de volgende stap is zorgddragen voor het aspect van voorlichting en handhaving.
De wetswijziging is met 32 stemmen aangenomen door het parlement met als bijzonderheid dat nu ook “grooming” oftewel digitaal kinderlokken strafbaar is gesteld. Dit houdt in een gedraging, waarbij de dader een minderjarige benadert via allerlei digitale contactmogelijkheden, het kind misleidt met seksueel misbruik tot gevolg.
Minister Moestadja benadrukt dat middels de herziening van het Wetboek van Strafrecht invulling is gegeven aan het streven om het maatschappelijke verkeer te ordenen. Volgens hem moet dit wetsproduct een ieders zegen hebben. Het is vanwege de toevoeging van “grooming” daarom ook van belang dat er voorlichting naar de gemeenschap komt.
Cotino wees op de verschillende aspecten die aan de orde zijn gekomen tijdens de beraadslagingen. Zo passeerden aspecten als valse berichtgeving, pornografie tot aan schokkende beelden de discussies in het parlement.
De parlementariër onderstreepte dat de voorlichtingsmachine van de overheid “overuren moet gaan draaien” en dit liever vandaag dan morgen begint. Ze wees er ook op dat er geen overgangsregeling is genoemd in de wet.
Een van de opgenomen verplichtingen is dat café-houders personen die binnenstappen om gebruik te maken van hun internetdiensten, moeten registreren. Cotino: “Om de mensen dat te laten weten, moeten we de voorlichting brengen naar de samenleving.
Volgens de commissievoorzitter is er urenlang gediscussieerd en gewerkt aan een wet die werkbaar moet zijn in de praktijk en een waarvan “we weten dat het beter is voor Suriname”. Ze wees ook op de feedback die zij via sociale media uit de samenleving heeft ontvangen.
DOE-parlementariër Carl Breeveld merkte op dat de wet bijdraagt aan verdere ordening van samenleving. Volgens hem heerst er nogal wat smaad en laster in de samenleving en helpt de wet dat er maatregelen worden genomen wanneer zaken het verkeerde spoor dreigen te nemen.
Breeveld wees ook op de handhaving, maar legde vooral de nadruk op de sancties, omdat deze kunnen bijdragen aan preventie van ontoelaatbaar gedrag. Hij denkt dat mensen dan ook eerder op hun tellen gaan passen.

Overige berichten