Vis, verbazend veelzijdig

Vis is een goede eiwitbron en brengt een belangrijke hoeveelheid vitaminen en mineralen aan waaronder jodium en selenium. De meeste vissoorten zijn mager en het gebruik ervan past dan ook perfect in voedingsadviezen die erop gericht zijn de totale vetinname die in het gemiddelde westerse dagmenu nog te hoog is te matigen.

Maar naast magere vis heeft ook vette vis de laatste jaren een belangrijke plaats gekregen in een gezonde voeding. Vette vissoorten, zoals zalm, haring, makreel, forel, sardines en tonijn, zijn belangrijke bronnen van EPA (eicosapentaeenzuur) en DHA (docosahexaeenzuur), twee types van omega 3-vetzuren. Deze vetzuren zijn essentieel voor het optimaal functioneren van cellen, weefsels en organen en voor een goede ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel en de hersenen (vooral bij kleine kinderen).

Daarnaast blijken ze ook de kans op hart- en vaatziekten te verminderen. Vandaar ook het advies om één tot twee keer per week vis te eten en regelmatig voor vette vis te kiezen.

Vet of mager?
Zowel vette als magere vissoorten hebben met andere woorden belangrijke gezondheidsvoordelen. Er wordt dan ook aangeraden om voldoende variatie te brengen in de soorten vis die je eet. Kies met andere woorden niet steevast voor kabeljauw en zet niet steeds zalm op het menu. Het aanbod is immers ruim genoeg!

Overige berichten