VHP: opgraving massagraf Mariënburg morele plicht

Het opgraven van het massagraf van Hindostaanse contractarbeiders op de plantage Mariënburg is een morele plicht van de overheid tegenover de Surinaamse samenleving. Het project dat door de huidige regering om financiële redenen is gestopt, moet worden hervat. Gebrek aan geld mag geen excuus zijn als het gaat om onze nationale geschiedschrijving.

Op 30 juli herdenken we het feit dat 116 jaar geleden 16 Brits-Indische contractarbeiders door koelbloedige executie zijn omgebracht op plantage Mariënburg in het district Commewijne. De contractarbeiders kwam in verzet tegen onderdrukking en onrecht dat hen werd aangedaan.

De opstand van 1902 op plantage Mariënburg is vereeuwigd in het monument ter herdenking van deze gevallen Helden in 2006.

De Surinaamse geschiedenis kent vele opstanden en protesten. Vanaf het aantrekken van slaven uit Afrika tot het aantrekken van goedkope contractarbeiders uit Azië. De mantel van contractarbeid neemt niet weg dat zij feitelijk net zo werden uitgebuit als de slaven uit Afrika.

Herdenking van de 116 jaar geleden gewelddadige opstand van contractarbeiders op Mariënburg laat ons weer eens beseffen dat wie zijn geschiedenis niet kent, gedoemd is om haar te herhalen.

Het was volgens de VHP bemoedigend toen president Bouterse in 2013 toestemming gaf voor het project Mariënburg om de locatie van het massagraf op te sporen en de overblijfselen van de gevallen helden op een waardige manier de laatste eer te betuigen.

De VHP betreurt het dat dit project om financiële redenen is stopgezet. Immers het gaat niet alleen maar de 16 contractarbeiders, maar ook waar ze voor vochten, arbeidersbelangen en machtsmisbruik uit misplaatst gevoel van superioriteit. Het voorwerk dat is verricht door de Stichting Hindostaanse Immigratie (SHI) en onderzoeker Ben Mitrasingh mag niet verloren gaan en dient in het landsbelang te worden voortgezet.

Onderzoek heeft uitgewezen dat erfgoed verbindt. Dit is essentieel in een pluriforme samenleving zoals Suriname, dat in wezen de wereld in zakformaat is. Wij moeten elkaars geschiedenis kennen, en ook elkaars helden samen gedenken. Gedeelde kennis van ons verleden is belangrijk in een democratisch land, want mensen moeten zich verbonden voelen om zich voor het ‘algemeen belang’ te willen inzetten.

De VHP verzoekt de regering om alsnog financiële middelen vrij te maken voor het eerder toegezegde project van Mariënburg.(GFC)