Vervolging moslims in Sri Lanka neemt toe na aanslag

Redactie GFC Nieuws — “In Pakistan werden we aangevallen omdat we volgens hen geen echte moslims waren. En nu worden wij in Sri Lanka aangevallen omdat wij volgens hen moslims zijn.” Tariq Ahmed is een van de honderden moslims die hun toevlucht zochten in een moskee in de Sri Lankaanse stad Pasyala, uit angst voor agressieve boeddhisten.

Moslims en christenen worden nog meer dan normaal vervolgd in Sri Lanka na de aanslagenreeks die werd opgeëist door terreurorganisatie Islamitische Staat (IS).

De moslims worden medewerantwoordelijk gehouden voor de IS-actie, christenen worden vaak abusievelijk aangezien voor moslims.

Islamitische minderheden als de Ahmadiyya, die Pakistan ontvluchtten omdat zij daar worden vervolgd, zijn in Sri Lanka ook niet veilig omdat daar geen onderscheid wordt gemaakt naar islamitische denominatie.

Aanvallen

Sri Lankaanse boeddhisten koelen hun woede over de aanslagen op moslims – en iedereen die zij daarvoor aanzien – door hen in elkaar te slaan, af te ranselen met stokken en te bekogelen met stenen.

Woningen van Afghanen, Pakistanen en Iraniërs die de religieuze onverdraagzaamheid in hun eigen land waren ontvlucht, worden vernietigd.

De vluchtelingen verschansen zich in moskeeën, schoolgebouwen en politiestations. Human Rights Watch (HRW) deed een beroep op de Sri Lankaanse overheid om meer te doen om de vluchtelingen te beschermen.

“De autoriteiten van Sri Lanka hebben niet alleen de verantwoordelijkheid om degenen die verantwoordelijk zijn voor de gruwelijke aanvallen op paaszondag te arresteren, maar ook om allen die nu een verhoogd risico lopen te beschermen”, zei Meenakshi Ganguly, directeur van HRW Zuid-Azië.

Overige berichten