Verantwoordelijken tragedie ‘Virgen de Asuncion’ voor de rechter

Redactie GFC Nieuws — 56 meisjes gilden van angst in hun klaslokaal in San José Pinula (Guatemala), terwijl de vlammen in hun brandende kostschool hen omsingelden. Terwijl de tieners door de rook het bewustzijn verloren en de een na de ander omkwam in het vuur, ruzieden politieagenten buiten of de deuren van het gebouw wel of niet geopend moesten worden.

Nu, bijna twee jaar later, moet een aantal functionarissen zich voor de rechter verantwoorden over de vraag of de dood van 41 van de meisjes had kunnen worden voorkomen.

De dossiers van slachtoffers en overlevenden, samen met interviews met familieleden, medewerkers van het groepshuis en andere functionarissen, onthult een patroon van fysiek, psychologisch en seksueel misbruik in de faciliteit die zich uitstrekte over jaren.

Prostitutie

De dodelijke tragedie vond plaats in het opvanghuis Virgen de Asuncion voor risicojongeren, die daar door de overheid waren gehuisvest “voor hun eigen veiligheid.”

De meisjes hadden zich aan geen enkel misdrijf schuldig gemaakt en waren slechts opgenomen omdat zij slachtoffer waren van seksueel misbruik, geweld, of door hun familie op straat waren gezet.

Verschillende meisjes hadden hun familie gesmeekt hen daar weg te halen, onder andere omdat zij door de leiding werden geprostitueerd.

Martelkamer

De ramp begon met een ontsnappingspoging van bijna 100 kinderen. Medewerkers pakten hen in de omgeving op en brachten hen terug naar de faciliteit. De jongens werden opgesloten in een klein zaaltje, de meisjes werden bijeen gedreven in een lokaaltje van nog geen 3 bij 2 meter.

De martelkamer, werd het door de meisjes genoemd – het personeel sprak van de “kamer om na te denken” waar kinderen voor straf werden opgesloten.

Na uren van opsluiting kwam een van de meisjes op het idee brand te stichten, zodat de politie hen eruit kon halen.

Het leidde tot de dood van tientallen meisjes, die stierven terwijl hun toezichthouder bakkeleide met agenten of de meisjes uit het gebouw gehaald mochten worden.

Foto: Nómada | Carlos Sebastián

Overige berichten