Van der San: Geen knollen voor citroenen

GFC NIEUWSREDACTIE- Desgevraagd heb ik telefonisch een interview afgestaan aan een plaatselijk televisie station met de bedoeling duidelijkheid te brengen in de kwestie van het gewezen Assembleelid Sergio Akiemboto.

Bij het beluisteren van mijn relaas kon ik zelf niet begrijpen wat ik heb gezegd. Het leek alsof het belangrijkste wat ik zou hebben gezegd was dat de kwestie belachelijk over kwam. Inderdaad is tijdens mijn uitleg het woordje belachelijk gevallen, maar de essentie van mijn boodschap heb ik niet gehoord.

Vandaar dat ik alsnog de behoefte heb om de zaak te verduidelijken en niet als gewezen directeur van het kabinet van de president, maar gewoon als van der San. Want de heer Akiemboto kan een case hebben.

Het is voldoende bekend wat het uitgangspunt is. Een assembleelid deelt op 5 januari 2020 ( moet zijn 2021) per schrijven aan de Voorzitter van De Nationale Assemblee mee dat hij op grond van artikel 68 lid 1 sub b van de Grondwet zijn DNA-lidmaatschap opzegt.

Op grond van deze mededeling dient de Voorzitter krachtens de organieke wet van artikel 68 lid 3 van de Grondwet, S.B. no. 114 van 2016, houdende regels en procedures ten aanzien van beëindiging van het lidmaatschap van De Nationale Assemblee, in de eerst volgende huishoudelijke vergadering mededeling hiervan te doen en overtuigt zich daarna ervan dat de mededeling en procedures om te komen tot toelating van het nieuwe lid, conform de Kiesregeling worden afgehandeld.

Om zijn moverende redenen doet hetzelfde lid per schrijven van 21 januari 2021, aan de Voorzitter van DNA het verzoek om zijn ontslagaanvraag als niet verzonden te beschouwen. Indien het proces conform de wet van 2016 S.B. 114 reeds is ingezet, dan is er vooralsnog geen case.

Het spijt me dat ik heb meegewerkt aan het interview.

Eugène van der San

Overige berichten