Vakantiewet 1975 wordt herzien

De Vakantiewet van 1975 wordt herzien. Hiertoe heeft minister Soewarto Moestadja van Arbeid de commissie Modernisering Vakantiewet geïnstalleerd bestaande uit deskundigen. De Vakantiewet is langer dan 40 jaar stationair gebleven, terwijl in de tussentijd op het arbeidsvlak en binnen de arbeidsverhoudingen in ons land verscheidene ontwikkelingen zich hebben voorgedaan.

Bijvoorbeeld blijkt dat de wet achterloopt op vakantievoorzieningen van verschillende bedrijven die een Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) hebben gesloten met hun vakbond. Zo kennen CAO’s meer vakantiedagen en vakantiegeld toe aan het personeel, dan wat de wet voorschrijft.

Voorts loopt de Vakantiewet ver achter op de Vakantieregeling in de publieke sector. De wet is in de afgelopen decennia ook voorbij gegaan aan de standaarden van fatsoenlijk werk (Decent Work).

De commissie heeft daarom tot taak om de Surinaamse Vakantiewet diepgaand te bestuderen. Afgezien van de wensen en behoeften van de vakbeweging en het bedrijfsleven, dient de commissie de wet ook nauwkeurig te bekijken tegen de achtergrond van internationale vakantiewetgeving en standaarden. Uiterlijk eind januari 2019 verwacht de minister een eindadvies van de commissie over herziening van de wet.

Minister Moestadja zei bij deze gelegenheid dat herziening van oude wetten en het maken van nieuwe arbeidswetten niets te maken hebben met een gedreven geestdrift van hem. Hij geeft slechts gevolg aan de jarenlange roep van de beroepsbevolking om de arbeidswetgeving te moderniseren naar hedendaagse eisen van decent work, gericht op het welzijn van zowel werkgever als werknemer met hun gezinnen.

De Vakantiewet heeft tot doel elke werknemer een jaarlijkse en betaalde vakantie te laten genieten. In de volksmond wordt vakantie voor werknemers ook wel verlof genoemd. Volgens de huidige wet is het wettelijk minimumaantal vakantiedagen 12 voor het eerste vol kalenderjaar. Voor elk volgend kalenderjaar komen er 2 dagen bij tot een totaal van 18 dagen. De werknemer behoudt gedurende de vakantie aanspraak op loon en maakt bovendien aanspraak op een jaarlijkse vakantietoelage.