Transformatie GMD naar Delfstoffeninstituut ingezet

GFC NIEUWS- Het proces tot de transformatie van de Geologische Mijnbouwkundige Dienst (GMD) naar het Delfstoffeninstituut is ingezet.

Met de transformatie wordt er een bijdrage geleverd dat de regelgeving van de Surinaamse mijnbouwsecor meer in overeenstemming komt met de richtlijnen van de Extractive Industries Transparency Initiative (EITI) waar Suriname sedert 2017 deel van uitmaakt.

In de grote vergaderzaal van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen (NH) waar het transformatieproces werd ingezet, zei NH-directeur Dave Abeleven dat de richtlijnen van de EITI ook bedoeld zijn om een beter management van onze mijnbouwsector te bewerkstelligen. Het transformatieproces is daarom een zeer belangrijk aspect.

Een tweede aspect is dat hiermee de transparantie van het delfstoffenbeleid wordt bewerkstelligd. Voor de mijnbouwsector en iedereen in Suriname moet het op gegeven moment bijvoorbeeld duidelijk zijn wie, waar en waarvoor de persoon aanvragen heeft lopen, wat de verdiensten zijn van het land uit de mijnbouwsector of hoeveel de exploitatie van goud is.

Volgens Abeleven zal men nu beter in staat zijn het proces te volgen. De directeur spreekt van een belangrijke ontwikkeling voor onze mijnbouwsector cq het delfstoffengebeuren. Hij spreekt van betere monitoring, beter onderzoek en betere vastlegging.

“Het proces en de procedures worden nu dus ook verbeterd, waardoor het voor iedereen duidelijk zichtbaar wordt wat de mijnbouwsector precies voor Suriname betekent voor wat betreft de inkomsten en de ontwikkeling.”

Het transformatieproces kent vijf speerpunten. Het eerste is de herstructurering van de GMD zelf. Voor deze dienst zullen de processen goed worden vastgelegd, ontwikkeld en geautomatiseerd. Ook zal de structuur richting het delfstoffeninstituut verder worden ontwikkeld alsook de functieomschrijvingen.

Het tweede speerpunt behelst de integratie van ondermeer het Bauxiet Instituut en de commissie Ordening Goud Sector (OGS) in het Delfstoffeninstituut. Het derde speerpunt betreft het wettelijke kader.

In dit proces zijn er twee commissies die onder meer de Mijnbouwwet en de wet op de totstandkoming van het Delfstoffeninstituut moeten voorbereiden.

De wetsontwerpen zullen waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2020 ter goedkeuring aan het parlement worden aangeboden.

Abeleven noemt het businessplan als vierde speerpunt. Hij benadrukt dat een goed instituut ook een goed businessplan moet hebben. Het is dan ook van belang dit document te ontwikkelen.

Een goede huisvesting is het laatste van de vijf speerpunten. De NH-directeur benadrukt dat de vier eerste speerpunten van belang zijn om te kunnen praten van een goed functionerende delfstoffeninstituut.

Volgens hem geven de speerpunten tevens aan wat er in de komende maanden zal plaatsvinden, dit met ondersteuning van lokale en internationale juristen en consultants.