fbpx

Tetary, een vergeten Hindoestaanse heldin

Tetary Begum Janey heeft een belangrijke bijdrage geleverd in de lotsverbetering van de Hindoestanen tijdens de contractperiode.

Tetary Janey werd in 1880 geworven als contractarbeider voor de kolonie Suriname. Ze was afkomstig uit het dorp Monair in het district Patna, India. Zij was getrouwd en reeds op jonge leeftijd verstoten (talakh) door haar echtgenoot. Het leven voor een alleenstaande gescheiden vrouw was zwaar en ze had dan ook oor voor de mooie verhalen van de arkatia (ronselaar). Er werd haar een goede baan bij de overheid toegezegd, met een goede betaling.

Op 11 september 1880 vertrok zij van Calcutta met de Asia II naar Suriname. Tijdens de reis brak mazelen uit aan boord van het schip. Tetary maakte zich nuttig en stond weldra bekend als een sympathiek en sociaal persoon.

Bij aankomst in Suriname werd zij tewerkgesteld op de suikerplantage Zorg en Hoop. Alhier werd Tetary “Begum Janey” genoemd. Begum betekent edele vrouw. Deze respectvolle roepnaam kreeg zij vanwege haar inzet voor de belangen van haar medecontractanten. Zij verzette zich tegen het zware werk en de ruwe behandeling door de sardars. Dit leidde tot kortdurende werkstakingen. Ook de mannen die hun vrouwen onheus behandelden kregen met haar te maken. Een speciale aandachtsgoep was de zwangere vrouwen. Met grote gedrevenheid leverde zij strijd voor lotsverbetering van de contractarbeiders op de plantages.

Op 24 september 1884 escaleerde de strijd op het werkveld van plantage Zorg en Hoop. De contractarbeiders kregen zware taken opgelegd tegen geringe betaling. Als het werk niet voltooid was, werd dan geen loon uitbetaald. De werkgroep waartoe Begum Janey behoorde viel die dag een blanke officier aan. Samen met enkele mannelijke strijders verwondde ze de officier met stokken. Dit was de aanleiding voor de grote opstand op plantage Zorg en Hoop.

Om de opstand de kop in te drukken stuurde de koloniale overheid de volgende dag een detachement militairen om de contractarbeiders die betrokken waren bij de mishandeling te arresteren. De contractarbeiders kwamen hiertegen in opstand en vormden een hechte eenheid. Zij verspreidden zich in verschillende groepen en bewapenden zich met stokken en houwers.

De vrouwelijke contractanten namen, onder leiding van Begum Janey, volledig deel aan deze strijd. Begum Janey daagde de militairen uit en schreeuwde “awa” (kom maar op) tegen hen. Het gelukte de militairen bij hun eerste poging niet om de linie van Begum Janey te doorbreken. Vele militairen raakten daarbij gewond.

Sergeant Heus trok zijn troepen terug en gaf een sluipschutter opdracht om de leider van de vrouwelijke opstandelingen uit te schakelen. Het gelukte de sluipschutter om Begum Janey dodelijk te raken. De linie van de vrouwen viel uiteen en de strijd was beslecht. In deze strijd vonden nog 7 andere contractanten de dood te weten: Budla, Mughoo, Bholaie, Debideen, Ungana en Algoo. Tapesa, die door een kogel was geraakt, stierf later aan zijn verwondingen.

Op 27 september werd Tetary “Begum” Janey samen met de overige lotgenoten door de militairen begraven op plantage Zorg en Hoop.


Stichting Vrienden van Commewijne
Bron: HLM Exclusief
Dr. Drs. R. Bhagwanbali

Overige berichten