Op basis van anekdotisch bewijs, tientallen reacties op de sociale media pagina van GFC Nieuws en een recente rondvraag onder het opiniepanel van GFC, kan voorzichtig worden geconcludeerd dat autochtone Surinamers Spaanssprekende nieuwkomers overwegend welkom heten.
Tegelijkertijd leeft bij een meerderheid de duidelijke verwachting dat nieuwe inwoners zich taalkundig aanpassen aan de Surinaamse samenleving.
Veel respondenten geven aan dat het redelijk is om van nieuwkomers te verlangen dat zij ten minste Engels of Sranan Tongo leren spreken en verstaan.
Deze talen worden gezien als praktisch en noodzakelijk voor dagelijkse communicatie op straat, op het werk en bij instanties.
Het idee dat Surinamers zelf Spaans zouden moeten leren om de communicatie vlotter te laten verlopen, kan echter op weinig draagvlak rekenen.
Waardering voor Cubaanse nieuwkomers
Suriname verwelkomt de afgelopen jaren steeds meer Spaanssprekende migranten, met name uit Cuba. Over hun aanwezigheid is men over het algemeen positief.
Zij worden vaak omschreven als hard werkend, rustig en respectvol. In sectoren als de bouw, horeca en dienstverlening leveren zij volgens velen een waardevolle bijdrage aan de economie.
Taalbarrière zorgt voor irritatie
Het grootste knelpunt blijft de taal. Veel Spaanssprekende nieuwkomers beheersen geen Nederlands, Engels of Sranan Tongo, wat in het dagelijks verkeer tot misverstanden en irritatie leidt.
Volgens taaldeskundigen is het leren van Nederlands of Engels voor Spaanssprekenden niet eenvoudig. De grammaticale structuur, uitspraak en klanken verschillen sterk van het Spaans.
Bovendien ontbreekt het veel migranten aan tijd, geld en toegang tot taalcursussen, zeker wanneer zij lange dagen werken.
Desondanks klinkt vanuit de Surinaamse samenleving steeds luider de roep om beleid en ondersteuning, zodat nieuwkomers sneller de taal leren.
Daarmee zou niet alleen de communicatie verbeteren, maar ook de integratie en het onderlinge begrip in Suriname.







