Suriname loopt op technologisch en digitaal vlak nog ver achter op veel andere landen, ook in eigen regio. Dat stelt trendwatcher en lifestyleanalist Patricia Wong in een toelichting aan GFC Nieuws.
Volgens haar functioneert het land op dit gebied grotendeels alsof het nog 2015 is, terwijl de wereld in hoog tempo is doorgegaan met digitale vernieuwingen, automatisering en slimme dienstverlening.
Wie in Suriname officiële zaken moet regelen, merkt dat volgens Wong vrijwel direct.
“Veel processen zijn nog papiergericht, traag en omslachtig. Inwoners moeten vaak persoonlijk verschijnen, formulieren invullen en dagen of zelfs weken wachten op eenvoudige handelingen,” zegt zij.
Dat staat in schril contrast met landen waar zulke zaken grotendeels online, snel en transparant verlopen.
Achterblijvende overheidsdiensten en banken
Een duidelijk voorbeeld is de manier waarop inwoners hun zaken moeten afhandelen bij overheidsinstanties zoals het CBB. Volgens Wong is er nauwelijks sprake van moderne digitale loketten, online identificatie of realtime statusupdates.
“In andere landen regel je adreswijzigingen, uittreksels en aanvragen via één portaal. Hier moet men nog steeds fysiek in de rij staan,” legt zij uit.
Ook bij banken ziet zij weinig vooruitgang. Openen van rekeningen, wijzigen van gegevens of het aanvragen van producten kost onnodig veel tijd.
Digitale betaaloplossingen, gebruiksvriendelijke apps en snelle online klantenservice blijven achter, terwijl dit internationaal de norm is geworden.
Digitale overheid Suriname blijft internationaal achter
In de UN E Government Development Index 2024 staat Suriname op plek 106, terwijl landen als Trinidad and Tobago plek 86, de Dominicaanse Republiek plek 85, Barbados plek 91 en Jamaica plek 96 behalen, wat aangeeft dat digitale overheidsdiensten in de regio verder ontwikkeld zijn dan in Suriname.







