Surinaamse belangen verankerd in ACP-onderhandelingsproces

In Lomé, Togo, werd de 107de Zitting van de ACP Raad van Ministers en de 43ste Gezamenlijke ACP-EU Raad van Ministers gehouden. Op deze vergaderingen die van 27 mei tot en met 1 juni plaatsvond, stond centraal het opstarten van de onderhandelingen tussen de 79 lidstaten van de Afrikaanse Caraïbische en Pacifische regio (ACP) en de 28 lidstaten van de Europese Unie (EU) om te komen tot een nieuwe samenwerkingsovereenkomst voor de periode na januari 2020. De minister van Buitenlandse Zaken, Yldiz Pollack-Beighle, heeft namens de Regering van Suriname de vergadering bijgewoond.

Met de aanname van het raamwerk voor de onderhandelingen met de EU, door de ACP Ministerraad op 30 mei, werd het mandaat verleend aan een speciaal Committee van Ambassadeurs om de onderhandelingen als één blok aan te gaan, iets dat voorheen niet het geval was geweest.

Door de bewindsvrouw werden een viertal thema’s aangedragen, die als onderdeel van het onderhandelingspakket zijn opgenomen:

Grondstoffenverwerking

Het betreft hierbij de transitie naar een waarde toevoegingssysteem voor grondstoffen, hetgeen inhoudt om met behulp van de nodige technische en financiële ondersteuning een overgang te bewerkstelligen vanuit de huidige positie van grondstoffen leverancier naar die van exporteur van halffabricaten en eindproducten uit de mijnbouw, bosbouw, agrarische en visserij sector. In dit kader werd ook de noodzaak van het beschermen van de preferenties voor de bacoven export vanuit de ACP naar de Europese markt aangehaald.

Kwestie opwaardering economische status ACP-landen

De tot nu toe gehanteerde methode op basis van slechts het Bruto Nationaal Product, welke als resultaat heeft dat ontwikkelingslanden in een hogere economische categorie worden geplaatst en daardoor bijna geen toegang kunnen krijgen tot concessionele leningen (leningen met lage rentes en lange aflossingstermijnen), dient te worden herzien. De kwetsbaarheden en ongelijkheden binnen ACP-landen dienen meegenomen te worden bij de vaststelling van het ontwikkelingsniveau.

Correspondent banking

Teneinde de vermeende risico’s te verminderen (‘de-risking’) hebben meerdere Europese banken besloten de relaties met banken, uit met name het Caraïbisch gebied, te beperken of te beëindigen. Deze beslissingen, die vaak eenzijdig worden genomen, hebben ernstige consequenties voor het internationaal financieel verkeer van het Caraïbisch gebied. Gepleit wordt om ontwikkelingslanden de ruimte te bieden hun financiële systemen binnen een realistisch tijdspad aan te passen.

Klimaatsverandering

Minister Pollack-Beighle deed een oproep om het internationaal aanvaarde principe van “gezamenlijke en gedeelde, maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid” te blijven hanteren bij het vaststellen en uitvoeren van de internationale acties in het kader van klimaatsverandering. De bijdrage die Suriname levert aan het tegengaan van de opwarming van de aarde door grote arealen tropisch bos te bestemmen tot beheersgebieden dient erkend te worden door middel van technische en financiële ondersteuning.

Verder werd tijdens de vergaderingen door de Surinaamse delegatie het belang van industrialisatie, innovatie en capaciteitsversterking van de ACP-landen benadrukt ter bevordering van het ondernemerschap en werkgelegenheidskansen met name onder vrouwen en jongeren, een groep met veel potentie, maar onvoldoende geïntegreerd is in de nationale economie.

In de marge van deze vergaderingen zijn diverse bilaterale gesprekken door de Surinaamse delegatie gevoerd met de Afrikaanse Unie, waaronder Ghana en Equatoriaal-Guinea, het Pacifisch gebied waaronder Tonga en de EU, waaronder Portugal en België, gericht op het aangaan of de verdere uitbouw van samenwerkingsrelaties op het gebied van handel, landbouw, onderwijs, diplomatieke relaties, technische samenwerking en productieverhoging.(GFC)