Stg. OHM vindt afstudeerthesis over seksuele praktijken en taboes Hindostaanse vrouwen discutabel

Stichting OHM heeft goede nota genomen van de vele boze reacties en betreurt het dat de Universiteit een afgestudeerde aflevert, met een thesis die zeer discutabel is, wetenschappelijk weinig betrouwbaar, en dientengevolge niet representatief is voor een zichzelf respecterende universiteit met hoge wetenschappelijke kwaliteitsstandaarden.

Dit schrijft de stichting in een brief aan de voorzitter van bestuur van de Anton de Kom Universiteit van Suriname.

Onlangs is Kajal Nirandjan afgestudeerd aan de Faculteit der Maatschappijwetenschappen, c.q. de studierichting Sociologie met als hoofdtitel van haar afstudeer thesis “Ze nemen het niet meer alleen van achteren”, een kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van Hindostaanse vrouwen in Paramaribo en Wanica met hun seksuele partnerrelatie in termen van verlangens, seksuele praktijken en taboes”.

De zorgpunten ten aanzien van de thesis hebben volgens de stichting
betrekking op de hierna volgende opmerkingen:

– Volgens wetenschappelijke criteria dient een wetenschappelijke titel een inhoudelijke weergave van haar onderzoeksonderwerp te zijn. Immers zegt zij in de hoofdtitel “ze nemen het niet meer alleen van achteren’. De hoofd titel suggereert dat ‘anale seksuele praktijken een regelmatig voorkomend fenomeen was onder de Hindostaanse kantraki vrouwen”en dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden van slechts anaal naar meerdere varianten van seksuele praktijken. Een constatering die zij niet hard heeft kunnen maken in haar scriptie.

Immers zoals zijzelf aangeeft, bestaan er geen ‘primaire’ bronnen waarin de kantraki vrouwen zelf aan het woord zijn m.b.t. hun seksuele belevingen en seksuele voorkeuren. De vraag is hoe zij komt aan het materiaal dat zij het wel deden van achteren.

Zij heeft geen archiefonderzoek verricht om dit te kunnen vaststellen en refereert slechts naar 1 boek waar ook archief onderzoek ontbreekt. Na gesprek met andere onderzoekers die historisch archief onderzoek hebben verricht onder de kantraki vrouwen bestaat er geen archief materiaal m.b.t de beleving van de seksuele voorkeur en of seksuele praktijken van de kantraki vrouwen.

– Ons volgend zorgpunt t.a.v. de titel is dat de titel noch getuigt van respect voor de vrouw in zijn algemeenheid noch voor de Hindostaanse vrouw in het bijzonder. Een zichzelf respecterende universiteit dient niet alleen wetenschappelijke criteria te bewaken maar ook ethische principes in acht te nemen.

Haar begeleiders zijn hierin zwaar tekort geschoten en gaven op de presentatie (d.d. 16 april 2019) als weerwoord daarop dat alleen via zo’n titel een ‘trigger effect’ bereikt kon worden. Het sensationele en louter populistisch niveau weegt dus zwaarder dan wetenschappelijke criteria en ethische richtlijnen op Adek en de begeleiders.

– Het fragment- Adjie citaat in de samenvatting en bij de inleiding over polyandrie – de adjie en de drie mannen die in een kamp woonden- , heeft met het onderzoek totaal niets te maken. Door het Adjie citaat los te koppelen van de sociaal economische context heeft ze de kantraki adjies als prostituees en losbandige vrouwen, als een seksueel lustobject neergezet.

Bovendien wordt polyandrie wetenschappelijk verklaard in de literatuur: door ten eerste een ongelijke seksratio (er was een overschot aan mannen en een tekort aan vrouwen en ten tweede verdienden de vrouwen veel minder dan vrouwen en konden niet in hun eigen onderhoud voorzien. Polyandrie kan dus niet worden geassocieerd met een seksuele behoefte zoals de studente dat wel doet voorkomen.

Voorts is de vraag die hier oprijst of het verschijnsel polyandrie op dusdanige grote schaal voorkwam, dat men kan spreken van het fenomeen ‘polyandrie’. Ook hier geen bewijs gebaseerd op archief onderzoek en wordt er dus wederom on-geverifieerde / onjuiste informatie als wetenschappelijke ware feiten gepresenteerd. Vermeldenswaard is dat de kolonialist De Klerk in de traktaten zelf heeft opgetekend dat er weinig prostitutie voor kwam tijdens de kantraki periode.

– Andere uitspraken m.b.t. het seksuele leven van de Hindostaanse vrouw (liggen als een stijve plank tijdens de geslachtsdaad is niet gebaseerd op onderzoek en cijfers.

– Een afstudeerscriptie op Bachelorniveau waarvan de steekproef slechts uit 15 respondenten bestaat, beantwoordt o.i. ook niet aan wetenschappelijke criteria.

– Dat haar begeleiders zwaar tekort geschoten zijn, blijkt ook uit het feit dat bij de interpretatie van haar data ‘Nirandjan praat over de ‘meerderheid van de respondenten vindt dit… enkelen zeggen dat…’maar nergens wordt of althans hier en daar wordt slechts vermeld uit hoeveel respondenten die meerderheid bestaat. Er wordt nergens gekwantificeerd in cijfers of procenten bij de interpretatie van de data. Ook hier geven de begeleiders als weerwoord dat kwantificeren geen vereiste is bij kwalitatief onderzoek.

– Tot slot moet worden geconstateerd dat de hele scriptie vol onwaarheden zit. Zo stelt zij in haar inleiding, dat de Hindoe vrouw net als de Javaanse vrouw gecontracteerd is om de seksuele behoeften van de man te bevredigen.

In de traktaten is letterlijk opgetekend dat de alleenstaande vrouwen allen een beroep hadden dat varieerde van vroedvrouw-verpleegster/melkmeisje etc. Voorts dat er maar zeer weinig prostituees waren meegekomen. De vrouwen werden net als de man direct ingezet in het veldwerk en moesten zich half zes in de ochtend aanmelden met al hun gereedschappen en werkten tot in de vooravond.

Na de commotie in de samenleving n.a.v. deze scriptie heeft het IWGDS/ADEK, een activiteit georganiseerd, waarbij de studente haar presentatie over het onderwerp heeft gedaan.

Wij doen een dringend beroep op de universiteit, uw docentenkorps erop te wijzen, dat zij in het vervolg met grotere mate van wetenschappelijke verantwoordelijkheid en accuraatheid, studenten begeleiden bij hun afstuderen en dienen geen onwaarheden aan te leveren en als wetenschappelijk bewezen feiten te presenteren.

Voorts scripties afleveren die een wezenlijke wetenschappelijke- en maatschappelijke bijdrage kunnen leveren aan de Surinaamse multiculturele samenleving, en aan een waardige en gezaghebbende universiteit.”

Overige berichten