Sardjoe blijft erbij: behoud aluinaarde-industrie niet winstgevend

Om de aluinaarde-industrie te behouden, was een investering van circa 330 miljoen US Dollars nodig en 800 miljoen US Dollars op lange termijn (de ontwikkeling van een mijn in het Bakhuisgebied). Daarboven op was nog een investering van tenminste 250 miljoen US Dollars over tien jaar nodig om de continuïteit van de raffinaderij te garanderen en 50 miljoen US Dollars voor upgrading van de raffinaderij, hoewel er geen afzetmarkten beschikbaar waren, zei voorzitter Dilip Sardjoe woensdagavond tijdens een informatiesessie van de Onderhandelingscommissie voor de Bauxietindustrie in Suriname.

De eindconclusie was dat voor een zeer lage prijs van USD 250 per metrieke ton voor aluinaarde op de wereldmarkt, geen enkele van de uitgewerkte opties winst zouden opleveren; alleen verlies en een uitzichtloze situatie. Er werd derhalve door de regering besloten om de productiefaciliteiten van de Suralco niet over te nemen, zei Sardjoe in zijn inleiding.

Hij haalde aan dat de Memorandum of Understanding (MoU) die getekend is op 7 oktober 2014 twee opties gaf. Optie A: Suriname neemt de gehele bauxiet ontginnings- en aluinaarde productie operaties over van Suralco.

Optie B: Alcoa beëindigt haar bauxiet ontginnings- en aluinaardeproductie activiteiten in Suriname, en Alcoa en Suriname beginnen direct aan onderhandelingen voor een ordelijk verloop van de sluiting van Suralco’s operaties.

Hieronder vielen onder meer, de ontmanteling van de faciliteiten, de nodige bodemsanering en mijnrehabilitatie, en de verplichtingen van Suralco tegenover haar werknemers. Er werd ook nog een deadline verbonden aan de selectie van opties, en een sleutelbepaling toegevoegd, die op het volgende neerkomt: indien geen enkele optie wordt geselecteerd vóór 15 november 2014, partijen onmiddellijk onderhandelingen zouden aanvangen voor een ordelijk verloop van de sluiting van Suralco’s operaties zoals vastgesteld onder Optie B.

Echter, ook indien Optie A uiteindelijk niet wordt vervolgd, zouden partijen onmiddellijk aanvangen met onderhandelingen over de sluiting van Suralco’s operaties en faciliteiten. Suriname koos ervoor om eerst Optie A te testen waarbij de productieoperaties van Suralco op een laag pitje, op verzoek van de overheid, werden gecontinueerd.

De belangrijkste zaken die vervolgens door deskundigen aan een grondige beoordeling werden onderworpen, waren: 1. de aanwezige bauxietreserves in Suriname; 2. de mogelijke import van bauxiet; 3. de mogelijke investeerders voor het aangaan van een Joint Venture met de Staat; 4. de oplossing van het energievraagstuk; 5. de integriteit van de productiefaciliteiten; 6. en een onderzoek naar de gevolgen van Suralco’s operaties op het milieu. De resultaten van deze evaluaties zijn vastgelegd in verschillende rapporten.

Eind 2015 besloot de regering om, zoals de MoU van 2014 bepaalde, over te gaan tot Optie B: Suralco beëindigt haar operaties in Suriname en partijen hebben vervolgens de taak om de condities van sluiting van de bauxiet mijn- en verwerkingsoperaties, waaronder ontmanteling van de fabriek, de schoonmaak en de rehabilitatie van gebieden, uit te onderhandelen.