Relatie jeugdinstituten en DNA moet steviger

De vicevoorzitter van het parlement, Melvin Bouva, vindt dat de relatie en het contact tussen de DNA en het Jeugdparlement verstevigd moeten worden, zodat de instituten elkaar kunnen ondersteunen in hun werk. Belangrijk is nu dat er wet en regelgeving moet komen om het Nationaal jeugdparlement(NJP) een betere basis te geven, laat DNA weten.

Dit zei Bouva tijdens een kennismakingsbezoek dat de leiding van het NJP en het Nationaal Jeugd instituut (NJI) bracht aan de leiding van De Nationale Assemblée (DNA).

Hoewel het NJP een adviesorgaan is van de regering, zegt de voorzitter van DNA, Jennifer Geerlings-Simons dat het NJP door gesprekken ook vraagstukken op agenda van de DNA kan krijgen.

De voorwaarden tot kandidaatstelling, verkiezingen en organisatorische zaken bij het NJP zijn onder andere vraagstukken die specifiek moeten worden opgenomen in de wet om het jeugdparlement meer kans te geven om gehoord te worden.

DNA-voorzitter Simons voegt aan toe dat er ook gekeken moet worden hoe partijpolitiek buiten het jeugdparlement te houden. Zij benadrukt dat politiek niet fout is en dat jeugdparlementariërs voorkeuren mogen hebben, maar dat partij invloed in het jongeren instituut overbodig is.

De vicevoorzitter geeft verder aan dat er ook kritisch gekeken moet worden naar het jongeren instituut, omdat weinig aanslaat bij de doelgroep.

De leiding van het parlement heeft voorstellen gedaan aan het NJP om meer openbaarheid te geven aan de vergaderingen.

Bij het kennismakingsgesprek zaten bij; Kelvin Koniki (voorzitter Jeugdparlement), Dinesh Parag (ondervoorzitter Jeugdparlement), Zenani van Throo (eerste plaats vervanger van de ondervoorzitter), Stephanie van Brussel (substituut griffier NJI) en Sashiekala Parbhoe (wnd. directeur NJI).(GFC)

Overige berichten