Pippi wordt getto-kind in ‘Little Mogadishu’

Pippi Langkous wordt een thuisloze allochtoon die in een berucht Zweeds getto in een auto woont: Zweden is tamelijk gepikeerd.

In een vorig leven was Pippilotta Victualia Rolgordijna Kruizemunta Efraïmsdochter Langkous, het sproetige meisje met de lange rode vlechten, de rijke (zij betaalde altijd met goud) dochter van een engel “en mijn vader is een negerkoning”.

In de make-over Pippi in Rinkeby doet zij nog altijd heldendaden, maar dan niet meer vanuit haar Villa Kakelbont en zonder haar paard Kleine Witje en aapje meneer Nilsson.

Gunilla Lundgren en de 17-jarige Felicia Di Fransesco verplaatsten Pippi naar het getto, tegen de zin van de erfgenamen van Pippi’s schepster Astrid Lindgren – hoewel die bijdraaiden toen zij hoorden dat de opbrengsten naar een kinderbibliotheek voor Romakinderen in Boekarest gaan.

Pippi in Rinkeby is vooral een project ter bevordering van de integratie van migrantenkinderen en komt als radiohoorspel, later mogelijk ook als boek uit.

Rinkeby (15.000 inwoners), een voorstad van Stockholm, staat bekend om zijn hoge concentratie eerste en tweede generatie immigranten. Meer dan 90 procent van de bevolking heeft een buitenlandse achtergrond.

Bijna de helft van de bevolking van Rinkeby, dat vaak ‘Little Mogadishu’ wordt genoemd, is van Afrikaanse afkomst.

Overige berichten