Parmessar wil onderzoek naar niet ontvangen nota EU over export sopropo

GFC NIEUWS- Minister Rabin Parmessar van Landbouw Veteelt en Visserij (LVV) heeft een schrijven gericht aan zijn collega van Buitenlandse Zaken, Yldiz Pollack-Beighle, met betrekking tot de correspondentie tussen de EU en de Dienst Plantenbescherming en Kwaliteitskeuringen (NPPO van Suriname) van LVV.

Hierin wordt aangegeven dat er een Note Verbale van de Europese Commissie (EC) gedeponeerd is bij de EU-delegatie van Suriname in Brussel, België en Georgetown, Guyana.

Deze nota was bestemd voor het ministerie van LVV inzake aanvullende informatie naar aanleiding van het verzoek van Suriname om de continuering van de export van sopropo vanuit Suriname naar de EU veilig te stellen. Deze correspondentie heeft het ministerie van LVV echter niet ontvangen.

Het ministerie heeft samen met de private sector sinds juli 2019 diverse activiteiten uitgevoerd om te kunnen voldoen aan de EU eisen. Hierbij heeft LVV op 31 augustus 2019 (conform de deadline van de EU) een dossier met technische informatie over het gewas sopropo ingediend bij de EU om vrijstelling te kunnen krijgen op het verbod van de import van sopropo in de EU.

Sindsdien is het ministerie wachtende op een antwoord van de EU voor de vervolgacties.

Uit onderzoek gepleegd op 5 december blijkt uit een e-mail vanuit de EU dat zij op 26 september een schrijven heeft opgestuurd bestemd voor het ministerie waarbij zij vraagt naar aanvullende informatie met betrekking tot het technisch dossier.

Hoezeer de EU zicht heeft verontschuldigd, is het ministerie van LVV de mening toegedaan dat er onderzoek moet worden ingesteld en Suriname hierover protest dient aan te tekenen.

Het ministerie van Buza is de instantie om hierop een antwoord te formuleren, aangezien het om diplomatiek verkeer gaat.

De EU heeft zich hiervoor verontschuldigd in een brief naar het ministerie van LVV, waarbij als reden werd aangegeven dat dit komt door wisseling van de administratieve EU-delegatie in Suriname.

Suriname heeft per diplomatieke post geantwoord op het schrijven waar de EU zich verontschuldigd en heeft de EU derhalve gevraagd om de aanvullende informatie alsnog te versturen.

Tegelijk wordt om uitstel gevraagd van 6 maanden op de EU-regels van 14 december over de stopzetting van de sopropo-export.

Overige berichten