Overheid is burgers in het buitenland niet vergeten

GFC NIEUWS- Overste Daniella Veira, directeur van het Directoraat Nationale Veiligheid (DNV), beklemtoont dat de overheid haar burgers die door de COVID-19-crisis nog in het buitenland zitten, niet is vergeten.
Er zijn nog heel wat Surinamers in Europa, Indonesië, India en andere delen van de wereld. Het gaat nog even duren. U moet het contact blijven onderhouden met de buitenposten, zei Veira tijdens de reguliere persconferentie van het COVID 19 Managementteam.
Er zijn vanuit de gestrande en wanhopige passagiers heel wat vragen binnengekomen bij het managementteam. Er wordt gekeken naar de noden van deze groep en de werkbare modellen worden uitgewerkt. Overste Veira gaf de garantie dat ze niet aan hun lot worden overgelaten. Ze zegt zich best te kunnen voorstellen dat deze burgers graag gauw thuis willen zijn.
Gestrande burgers hebben in een brief aan president Desi Bouterse en het Managementteam hun noden gedeeld.
Hieronder enkele noodkreten:
“Ik ben samen met mijn vrouw en mijn schoonmoeder gestrand in Nederland. Wij verkeren in een heel erg moeilijke situatie hier. Mijn schoonmoeder is slecht ter been. Ze heeft nu een wond aan haar enkel en kan niet lopen. Ze ziet ook slecht. Ik zelf ben werkende bij een groot warenhuis in Suriname en wordt niet betaald voor de dagen die ik hier gestrand ben. Ik heb lopende leningen bij de Hakrinbank en HJ de vries die ik momenteel niet kan betalen; daarbij ook de vaste lasten stroom, water en internetrekening. Wij hebben geen geld en woonplek. De familie waar wij logeerden, hadden ons voor 6 weken uitgenodigd en hebben ons meer dan 6 weken ontvangen, maar de kosten voor hun worden ook hoog. Ze kunnen ons niet meer ontvangen. Ik heb ons laten registreren en ook her-registreren bij de ambassade zowel bij het Covid-19 Managementteam en het Consulaat in Nederland. Het is al meer dan 2 weken dat Ik voor hulp heb gevraagd aan het Consulaat in Nederland. Mevrouw Tilos van het Consulaat is op de hoogte van onze situatie en ze zegt dat zij al onze stukken heeft ingediend in Suriname, maar ze krijgt geen antwoord.”
“Ik ben gestrand in Nederland. Ik ben vanaf 1 maart 2020 hier. Mijn terugreis was geboekt voor 21 maart. Ik ben reeds 5 weken langer in Nederland. Behalve dat mijn verlangen heel groot is om terug te keren naar Suriname, is mijn grootste probleem dat mijn medicijnen en geld opraken. Ik heb reeds euro 100 moeten betalen voor mijn bloeddruktabletten en oogdruppel. Ik had medicijnen voor 1 maand meegenomen. Ik hoop en bid dat je wat voor ons kan betekenen en dat de 2e repatriëringsvlucht in de 1e week van mei uitgevoerd kan worden.”
“Mijn naam is Sharon van Brussel. Ik ben ook een van de gestrande Surinamers. Mijn reis via Nederland naar Israël en terug zou 3 weken duren. Ik zou 20 maart terugkeren naar huis. Na de abrupte beëindiging van de pelgrimstocht ben ik op 10 maart bij terugkomst uit Israël door familie hier opgevangen. Omdat de afreisdatum niet is geschied, heeft mijn familie nu al tweemaal mijn reisverzekering voor mij moeten verlengen. Ik ben ook reeds door mijn reisgeld (handgeld) omdat deze berekend was voor 3 weken. Verder moest ik per 1 april beginnen met een nieuwe baan, maar komt dat dus ook in gevaar en zal ik moeten zien als dat aanbod nog blijft staan. Ik heb 2 minderjarige kinderen die hier emotioneel ook moeilijk doorheen gaan. Kortom, het gevoel van onzekerheid en uitzichtloosheid lijdt tot frustratie en mijn bloeddruk is sinds maandagavond omhoog. Overigens heb ik geen probleem om in
overheidsquarantaine te gaan, maar is alleen de grote vraag: Wanneer kan ik terug?”
“Namens drie Surinaamse ingezetenen stuur ik u dit bericht. Mijn ouders, Surinaamse ondernemers, zijn zoals velen in Nederland vast. Zij zouden 22 maart terugreizen naar Suriname. In Suriname zorgen zij ervoor dat 20 gezinnen inkomsten hebben, maar gezien de huidige situatie is het bijna onmogelijk om dit te verwezenlijken. De reserves
in zowel Suriname en Nederland raken op en het personeel in Suriname kan niet betaald worden. Verder verblijven wij met z’n vieren in een studentenkamer die helemaal niet bestemd is voor deze capaciteit. Het vriendelijk, doch dringend verzoek om z.s.m. ons terug te halen naar Suriname.”
“Mijn moeder is samen met nog 4 anderen nu al bijna 5 weken in Jakarta en kan nog niet terug naar Suriname. Hun vraag is wanneer er mensen teruggehaald worden buiten Europa. Nu lijkt het dat alleen Surinamers in Nederland de voorkeur hebben om teruggehaald te worden. Hun financiële middelen taken nu echt op. Dus bij deze hun vraag
wanneer de Surinamers buiten Nederland op de lijst komen te staan.”

Overige berichten