Dondermorgen ontstond op een balkon in het noorden van Paramaribo een onverwachte maar boeiende discussie over de windkracht.
Een Nederlandse vakantieganger die voor het eerst in Suriname is vertelde dat hij tevreden was over de wind in die ochtend.
“Het is aangenaam,” zei hij, “hoewel het op de Nederlandse Antillen vaak harder waait en in Nederland in de herfst soms wel windkracht 6 of meer voorkomt.”
Surinamers leren het verschil tussen windkracht 3 en 6 niet vanzelf
Het gesprek nam een verrassende wending toen de Surinamers bij wie hij logeert – die nog nooit buiten Suriname zijn geweest – hun verwondering lieten blijken over het onderscheid tussen windkracht 3 en 6.
“Hoe weet je hoe windkracht aanvoelt en welke kracht die heeft?” vroegen ze. Het besef van verschillen in windsterkte is hier immers beperkt, omdat weerberichten in Suriname nauwelijks op windkracht ingaan en het niet zo vaak voorkomt dat er extreme verschillen in windkracht zijn.
Windkracht als gespreksonderwerp
Wat begon als een luchtig gesprek over het weer, veranderde al snel in een mini-les in meteorologie en vakantieverhalen. De vakantieganger legde geduldig uit hoe men in andere landen windkracht ervaart en waarom het soms belangrijk kan zijn, bijvoorbeeld voor zeilen of stormwaarschuwingen.
Voor de Surinamers werd het niet alleen een leerzaam moment, maar ook een leuke kennismaking met hoe anders weerervaringen kunnen zijn in de wereld.
Zo eindigde de ochtend op het balkon niet alleen met een briesje, maar ook met nieuw inzicht, lachsalvo’s en een gedeeld gevoel voor humor over iets zo alledaags als de wind.







