fbpx

OGV heeft geen gesprek gehad met Dew Baboeram

Naar aanleiding van verschillende verzoeken om informatie over geruchten dat de nabestaanden van de in december 1982 vermoorde 15 mannen een gesprek zouden hebben gehad met de heer Dew Baboeram, wensen de Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede en de Stichting 8 december het volgende onder de aandacht van het publiek te brengen.

Onze mensenrechten organisaties hebben via de pers vernomen dat de heer Baboeram zijn hand uitsteekt om een gesprek met onze organisaties aan te gaan. Kort daarna zijn leden van onze organisaties door derden telefonisch benaderd met de vraag of onze organisaties een gesprek zouden willen aangaan met Baboeram voornoemd.

Na analyse van het betoog van de heer Baboeram op 3 augustus 2015 waarin zijn vermeende handreiking is verwoord, komen we tot de volgende conclusies:

1. Dat de totstandkoming van het initiatief tot vermeende waarheidsvinding van de heer Baboeram even ongeloofwaardig is als de 33-jarige leugens van de hoofdverdachte in de 8 december moorden, de heer D.D. Bouterse;

2. Dat het misleidend is dat Baboeram en de hoofdverdachte hebben getracht met hun openbare briefwisseling de indruk te wekken dat hun ‘waarheidsvindings’-proces met hun briefwisseling is gestart, terwijl naar nu blijkt het sinds maanden is voorbereid door de directeur Nationale Veiligheid Melvin Linscheer en Baboeram;

3. Dat zijn vermeend onderzoek naar de waarheid op geen enkele wijze gericht is op het onderzoeken van mensenrechtenschendingen in Suriname. In zijn 13 pagina’s lange betoog worden de woorden “mensenrechten” of “mensenrechtenschending” niet eens één keer genoemd maar pleit hij openlijk om de daders van al de mensenrechtenschendingen sinds 1980 te vrijwaren van strafvervolging;

4. Dat het reduceren van het leed van de nabestaanden van de op 8 december 1982 vermoorde mannen tot 3 % van het leed van de nabestaanden van alle 446 personen die sinds 1980 vermoord of gedood zijn in verband met door de heer D.D. Bouterse toegepast militair en politiek geweld, getuigt van een volkomen gebrek aan medemenselijk gevoel;

5. Dat het onverholen verwijt aan de nabestaanden van de op 8 december 1982 vermoorde mannen, dat zij niet opkomen voor de nabestaanden van de overige 431 slachtoffers, uiterst immoreel is. Het is slechts bedoeld is om tweedracht te zaaien tussen de nabestaanden van de 8 december slachtoffers en alle andere nabestaanden van de beestachtige schendingen van mensenrechten in verband met door de heer D.D. Bouterse toegepast militair en politiek geweld;

6. Dat het via de pers en telefoontjes van derden benaderen van onze organisaties getuigt van geen respect voor onze organisaties. Op grond van deze conclusies hebben onze organisaties besloten geen gesprek met de heer Baboeram aan te zullen gaan, ook niet indien wij daartoe behoorlijk zouden worden uitgenodigd.

Onze organisaties roepen eenieder op:

a. Om geen medewerking te verlenen aan de poging van de heer Baboeram om de waarheid over de schendingen van mensenrechten in verband met door de heer D.D. Bouterse toegepast militair en politiek geweld, te verdoezelen;

b. Om juist nu ferm te staan vóór de beginselen van democratie en rechtstaat en onverkort te eisen dat de daders van alle schendingen van mensenrechten vervolgt en bestraft worden, tot zegen en voorspoed voor ons volk.

Overige berichten