NPS: 25 februari 1980 was ondermijning democratie

Dat 25 februari is uitgeroepen tot een nationale vrije dag en daaromheen wordt verklaard dat het gaat om een dag van bevrijding en vernieuwing, wordt door de Nationale Partij Suriname (NPS) verworpen.

De dag herinnert aan de ondermijning van de democratie die moeizaam na de onafhankelijkheid in 1975 in gang was gezet.

In dat jaar had premier Henck Arron in zijn nieuwjaarsrede het volk voorbereid op de grote sprong naar ontwikkeling. In dat kader werd op 11 januari 1980 een gemengde commissie van de overheid, de Suralco en Billiton, ingesteld om vóór mei 1980 een rapport uit te brengen over de ontwikkeling van de bauxietreserves in het Bakhuysgebergte.

Op 23 januari werd de 70 kilometer lange weg van Patamacca naar Langatabbetje geopend en op 26 januari 1980 volgde de ingebruikname van de elektriciteitscentrale van Tijgerkreek in West Sarammacca.

Voorts bleek uit de jaarverslagen van financiële instituten dat de monetaire positie van Suriname was verbeterd; de schuld van de overheid bij de Centrale Bank was met Sf 26 miljoen verminderd en het begrotingstekort van 1980 was SF 6 miljoen minder dan dat van 1979. In 1979 stegen de monetaire reserve van Sf 278 miljoen naar Sf 325 miljoen.

In maart 1980 zouden de verkiezingen voor een nieuw bestuur van het land worden gekozen. Arron zei toen: “Als burger geniet u de bescherming van het recht op vrije verkiezingen, doch u hebt ook de plicht naar de stembus te gaan wanneer u daartoe opgeroepen wordt…”

Echter kwamen deze verkiezingen nooit. In de nacht van 24 op 25 februari 1980 openden rebellerende militairen een aanval op de Memre Boekoe kazerne. Het politiegebouw aan de Waterkant werd in brand gestoken.

Er volgden schermutselingen tussen de politie en militaire officieren. Bij deze gewelddadigheden zijn tientallen doden en tientalen gewonden gevallen onder wie militairen en burgers.

De democratie die middels verkiezingen een nieuw regiem moest bepalen, werd teniet gedaan en ondermijnd. De bevolking werd via de media opgeroepen zich aan de militairen te onderwerpen.

NPS-toppers onder wie premier Henck Arron, fractieleider Rufus Nooitmeer en Otmar Rodgers werden opgesloten in de Memre Boekoe kazerne en later te Santo Boma, terwijl anderen onder huisarrest werden geplaatst.

De NPS kan zich derhalve niet terugvinden in de benaming van bevrijding en vernieuwing omdat het Surinaamse volk gedurende die periode in angst leefde en belangrijke mensenrechten werden geschonden. “Deze dag is een donkere bladzijde in de geschiedenis van Suriname en zou niet gemarkeerd dienen te worden door het instellen van een vrije dag”.

De NPS wijst erop dat geen enkele vorm van geweld, waarbij mensen het leven laten, toegepast mag worden om naar macht te grijpen. De partij wijst erop dat er democratische instituten en regels zijn die gehandhaafd en gewaarborgd dienen te worden.

Het Surinaamse volk wordt dan ook opgeroepen om op deze dag deze herdenking te verwerpen en ervoor te waken dat dergelijke situaties zich nooit meer voordoen in ons land.

Overige berichten