Noersalim: Streven naar vrijheid gezamenlijk voeren

“Maar, het streven naar vrijheid veronderstelt een voortdurende strijd die wij gezamenlijk moeten voeren”. Di zegt minister Mike Noersalim van Binnenlandse Zaken in zijn televisie-toespraak in verband met de herdenking van 153 jaar Afschaffing van de slavernij in Suriname

Hieronder de toepsraak in extenso

“Op één juli 1863, om 6 uur in de morgen, kondigden 21 kanonschoten de vrijheid aan van 36.484 slaven. Van dit aantal waren 19.322 vrouw.

Dat het systeem van de slavernij werd afgeschaft betekende echter niet dat een ieder in Suriname in volledige vrijheid kon leven. Voor de kolonisator, het Koninkrijk der Nederlanden, bleef de noodzaak om Suriname van arbeiders te blijven voorzien even groot. Zij moesten nieuwe manieren vinden om toch nog arbeiders van buiten naar Suriname te halen. Daarvoor werd het stelsel van contractarbeid, wat een afgeslankte vorm van slavernij was, toegepast.

Op kleine schaal werden de eerste contractarbeiders uit Madeira, China en andere delen van West-Indië gehaald. Het waren voornamelijk Chinezen. Gelet op het vele werk op de plantages was het aantal contractarbeiders dat uit die gebieden werd gehaald bij lange na niet toereikend, waardoor een grootschalige aanvoer van arbeiders een dringende vereiste werd.

De voortdurende zoektocht naar werkkrachten bracht de kolonisator ertoe om met de Britten te onderhandelen. Want die hadden immers reeds contractarbeiders uit hun eigen kolonie India – toen Brits-Indië – naar onder andere Trinidad en Guyana laten vervoeren. Van 1873 tot en met 1916 werden er in 64 schepen in totaal 34.000 Brits-Indische contractanten naar Suriname overgebracht.

Maar daarmee was het probleem van het tekort aan arbeiders echter niet opgelost. Uit het voormalige Oost-Indië, toentertijd ook een kolonie van Nederland, met name Java, werd in een tijdspanne van 49 jaar de bevolkingsaanwas nog eens versterkt met ongeveer 33.000 Javaanse contractanten.

Landgenoten,

Als nakomelingen van al de volkeren die hier naar toe gebracht zijn, samen met de Inheemse bevolking van Suriname, streven we naar een ontwikkeling van het land dat vrij is van onderdrukking en superioriteit. Aspecten die kenmerkend zijn voor het kolonialisme. De diversiteit in etniciteit, geloofsovertuigingen, gewoonten en gebruiken moeten wij koesteren en positief gebruiken in het proces van natievorming.

100 jaar na de afschaffing van de slavernij, werd door de toenmalige premier Johan Adolf Pengel, het standbeeld van ‘Kwakoe’ onthuld. Met de verbroken keten symboliseert dit beeld de vrijheid die door ons allen wordt nagestreefd. Deze strijd werd al gevoerd door de inheemse verzetstrijder Kaikoesi in de 17e eeuw, die later samen met Boni strijd leverde tegen de kolonisator.

Baron en Jolicouer – en in onze binnenstad Kodjo, Mentor en Present – waren andere verzetstrijders die opkwamen tegen de onderdrukking en katibo en die nu gelukkig de plaats hebben gekregen die ze verdienen in onze geschiedenis.

Maar, het streven naar vrijheid veronderstelt een voortdurende strijd die wij gezamenlijk moeten voeren. Een strijd die niet alleen fysiek is, doch tegelijkertijd ook mentaal. Ik wil in deze ook refereren naar Bob Marley’s Redemption Song waarin hij oproept to “Emancipate yourselves from mental Slavery; none but ourselves can free our mind”.

153 jaar na de vrijverklaring van de tot slaaf gemaakte Afrikanen en hun nazaten wil ik u mede namens de regering van de Republiek Suriname een bezinningsvolle Keti Koti Dey toewensen”.(GFC)

Overige berichten