Na de verkiezingen weer een financiële crisis?

De uitgaven van de overheid volgens de begrotingen over het dienstjaar 2019 zullen schrikbarend toenemen, zegt de PALU in een analyse.

De kapitaalsuitgaven zijn vijfmaal groter dan de begrote kapitaalsuitgaven van vorig jaar. Het voornemen van de regering is om deze uitgaven te dekken met even zo grote leningen. De begrotingen hebben er alles van dat de zittende politieke partij deze zullen gebruiken als instrument om koste wat het kost de verkiezingen in eigen voordeel te beïnvloeden.

Een soortgelijke ontwikkeling zagen we ook al bij de verkiezingen in 2015 met het grote treinproject op de begroting die gelukkig na kritieken uit de eigen coalitie werden geschrapt. Een erg onrealistisch hoge begroting kennelijk bedoeld om grote financiële speelruimte te hebben tijdens de verkiezingen.

Hoe schadelijk dit was voor de nationale economie hebben we als volk gevoeld na de verkiezingen van 2015: de tot 2014 gegroeide reserves van de overheid zijn binnen 1 jaar naar bijna nul gedaald, het IMF moest bijspringen om de deviezenreserves aan te zuiveren, een regering die niet eens het meest noodzakelijke kon financieren en een devaluatie van meer dan 200% van de SRD.

Het gemiddeld inkomen van de Surinamer steeg nauwelijks door weinig investeringen in de productie en de prijzen in de winkels verdubbelden. Staat na de verkiezingen van 2020 ons weer een financiële crisis te wachten zoals in 2015? Hier een analyse van de begrotingen over 2019 die niet veel goeds voorspellen van wat er komen zal.

Elke burger SRD 48,500 schuld

Vanaf 2015 zijn de schulden van Suriname enorm toegenomen. Tot medio 2018 is opgegeven dat elke Surinamer een schuld heeft van ruim SRD 32,000 (tegen de huidige koers van CBvS). In 2019 heeft de regering gepland om nog eens extra SRD 8,6 miljard te lenen. Hiermee zal de schuld van elke Surinamer oplopen tot SRD 48,500. Met een gemiddeld inkomen van SRD 60,000 per Surinamer betekent dit dat ruim 80% van ons inkomen belast zal zijn.

De aflossingen per jaar in de begrotingen lijken relatief laag. Maar dit geeft een vertekend beeld omdat de uitgaven onrealistisch hoog zijn begroot. Bovendien zullen de schulden als de staatsobligatie van US$550 miljoen die in 2016 is gesloten over 7 jaren ineens moeten worden afgelost.

De reserveringen hiervoor worden momenteel niet gedaan en komen dus ook niet voor op de begrotingen. Vergeleken met de totale gerealiseerde inkomsten van vorig jaar zullen de aflossingen dit jaar ongeveer een vijfde deel zijn van de totale inkomsten van de staat dat onacceptabel hoog is.

Bovendien zijn de afgesloten leningen te weinig geïnvesteerd in de productie en werkgelegenheid. De vele honderden miljoenen die geïnvesteerd worden in onze wegen en huisvesting zijn weinig planmatig en niet gekoppeld aan de ontwikkeling van onze productie of andere economische productiviteit. Veel te weinig nieuwe werkplaatsen zijn gecreëerd voor onze jongeren.

Veel te weinig nieuwe mogelijkheden zijn geboden aan de burger om meer geld te verdienen middels een eigen onderneming in de productie. Terwijl de potentie wel daar ligt in toerisme, de agrarische sector en dienstensector. Hierdoor is de Surinaamse economie nog sterker afhankelijk geworden van de mijnbouw sector.

Als gevolg hiervan zal bij een eventuele daling van de prijzen op de internationale markten de komende crisis nog harder aankomen gegeven de groter geworden aflossingsdruk als gevolg van onze leningen.

Begrotingstekort gemanipuleerd

Het begrotingstekort is wederom gemanipuleerd in de Financiële Nota. De Financiële Nota valt buiten elke wet maar is wel de toelichting op de begrotingen. Vanaf 2015 zien wij een exponentiële groei van leningen die als inkomsten worden geboekt.

Voor 1019 zien wij maar liefst SRD 7 miljard aan leningen als inkomsten geboekt, bijna de helft van de begrote uitgaven (Figuur 2). Hiermee wordt een volgens internationale normen onacceptabel begrotingstekort van 26.5% gemanipuleerd naar een acceptabele 5%.

Dit betekent dat indien de regering de ruimte krijgt om de begrotingen uit te voeren zoals begroot en zonder de noodzakelijke investeringen in de productie, de inflatie na 2019 wederom zal toenemen. De vraag is, hoe zal de regering dit opvangen? Net zoals in 2015, zullen wederom onze monetaire
reserves worden ingezet om de economie te stabiliseren tot na de verkiezingen? Het ontheffen van Gersie lijkt dit te bevestigen.

Tekorten eigen verdiensten

De begrotingen van 2019 laten duidelijk zien dat we nog niet uit de crisis zijn geraakt. Een goede indicatie hiervan is het grote tekort op de lopende rekening. De lopende rekening bestaat namelijk aan de inkomsten zijde uit de eigen verdiensten (zonder leningen) en aan de uitgaven zijde de vaste uitgaven (salarissen, subsidies en interest zonder de kapitaalsuitgaven).

Het tekort of overschot op de lopende rekening geeft een beeld of de regering in staat is om het overheidsapparaat draaiende te houden op eigen kracht of niet. Over 2019 is een tekort begroot van SRD 661 miljoen.

Dit heeft twee mogelijke gevolgen. Of de regering gaat over tot bezuinigingen om de uitgaven laag te houden. Of de overheid zal moeten lenen om het overheidsapparaat staande te houden. Met de verkiezingen in het vooruitzicht is het verwachtbaar dat voor de tweede optie gekozen zal worden. Een goed deel van de te nemen leningen zullen dus uiteindelijk weer consumptief gebruikt worden.

Is dit wat het volk wil?

In De Nationale Assemblee is door de NDP-fractie erop gewezen dat er honderden miljoenen zouden zijn en worden geïnvesteerd in gezondheidszorg (bouw en renovatie ziekenhuizen), salarissen en subsidies, de bouw van huizen en infrastructuur. Dit werd gebracht alsof dit is wat het volk wilt. Maar de behoefte van het volk voor meer werkgelegenheid en meer investeringen in ondernemerschap werden niet genoemd.

Besturen is vooruit zien. En dit betekent dat de investeringen in de sociale sfeer hand in hand moeten gaan met investeringen in de reële sfeer. Sociale voorzieningen als de gratis basiszorgverzekering zijn randvoorwaarden voor economische ontwikkeling maar kosten enorme hoeveelheden geld.

Uitbreiding van de gratis verzekerde groep van jonger dan 16 jaar en ouder dan 60 jaar zullen betaald moeten worden uit andere inkomsten uit de samenleving. Doordat uitbreiding van de productie en daarmee ons inkomen onvoldoende heeft plaatsgevonden, is de financiering van onder andere de gezondheidszorg en andere sociale voorzieningen onder druk komen te staan.

Ook is verzwegen dat door te weinig te investeren in de productie de financiële crisis langer en dieper is geworden. Korte termijn maatregelen om de ergste financiële nood van de regering op te vangen door inkomsten verhogende en uitgaven beperkende maatregelen hadden hand in hand moeten gaan met lange termijn maatregelen om de eigen inkomsten te verhogen door het bevorderen van de productie.

Deze zienswijze om de crisis duurzaam het hoofd te bieden werden reeds in 2015 aan de regering gepresenteerd door de PALU delegatie aan de commissie die hearings hield bij het aantreden van Regering Bouterse II. Ruim drie jaren daarna horen we de minister van Financiën uitleggen dat de oppositie makkelijk praten heeft.

Investeringen in de productie in 2015 zouden zeker drie jaren daarna reeds voelbaar en zichtbaar zijn voor de samenleving en in de inkomsten van de Staat, waardoor nu minder geleend had kunnen worden.

Maar laat het duidelijk zijn, dat het alternatief door de VHP aangedragen om dan maar terug te gaan onder “de vleugels van Nederland” onder het mom van ‘het faciliteren van de Surinaamse diaspora’ ook geen oplossingen biedt voor de huidige crisis. Geen enkel land zal Suriname komen bijstaan zonder economische voordelen in ruil voor de hulp. Dit leren we ook uit de huidige uitdieping van de relaties met China.

Suriname zal moeten investeren in de eigen potentie, niet alleen in de natuurlijke hulpbronnen, maar vooral ook de menselijke hulpbronnen. Tienduizenden nieuwe Surinaamse productie ondernemers zullen gecreëerd en bevorderd moeten worden om het eigen economisch vermogen uit te breiden.

Oude politiek 2.0

De vraag bij dit alles is natuurlijk ook, kan dit, mag dit. Kan een politieke partij die toevallig aan de macht is en aan de macht wilt blijven een volk op deze wijze voor tientallen jaren binden met torenhoge leningen. De toekomst van ons volk moet en mag niet afhankelijk gesteld worden aan het wel en wee van een toevallige politieke partij.

Grote leningen zijn genomen om grotendeels consumptieve verplichtingen na te komen. De productie en daarmee de eigen verdiensten zijn nauwelijks gestegen. Voor wat dat betreft is er geen verschil met de Surinaamse politiek in de koloniale tijd.

Een vernieuwde “oude politiek 2.0” wordt uitgevoerd waarbij slechts een kleine groep van partijloyalisten op een grove wijze worden bevoorrecht terwijl het volk geraffineerd zoet wordt gehouden met pakketten, enkele huizen en grondpapieren, basiszorgverzekering en sportvelden.

De oude politiek van verdeeldheid wordt in een nieuwe vorm voortgezet: de ene regering neemt kleine als positief aangemerkte maatregelen, de andere regering begint deze maatregelen te stoppen en neemt nieuwe maatregelen als gevolg van “gewijzigde beleidsinzichten”.

Thans is het zelfs zo, dat indien een NDP-minister wordt vervangen door een andere NDP minister, het gehele NDP directieteam met het beleid wijzigt. Continuïteit van beleid ontbreekt en de samenleving is anno 2019 steeds meer verdeeld als nooit van tevoren ondanks dat de politieke partijen nu merendeels multi-etnisch zijn.

Op korte termijn zal een ontwikkeling ter hand moeten worden genomen waarbij de samenleving moet worden versterkt en gestimuleerd om samen te werken. Lange termijn ontwikkeling waarin elke Surinamer gelijke kansen heeft zal de plaats moeten innemen van het huidig “oude politiek 2.0”.

Het is niet meer een kwestie van, “we kunnen niet”, maar steeds meer een kwestie van “we zullen moeten” indien we dit land tot grote hoogten willen brengen. Tra pasi no de…, aldus de PALU.

Overige berichten