Moedertaal, nationale taal en meertaligheid in het onderwijs

Tijdens de tweede dag van de “Nationale Dialoog over de Toekomst van ons Onderwijs”, merkte taalwetenschapper Renata de Bies op dat er hard gewerkt moet worden aan taalpolitiek en taalbeleid in Suriname.

In 2011 is er een commissie geweest om een taalwet samen te stellen, maar nog niet afgerond, net als de onderwijswet die door de staatsraad werd gestart. “Indien wij deze wetten in Suriname wensen in te voeren moet er sprake zijn van taalbeleid en taalpolitiek”, onderstreepte de Bies.

De taalwetenschapper vervolgde haar mening door te stellen dat taalvriendelijke scholen nodig zijn, om een taalbeleidsplan te ontwikkelen en toe te passen voor een gezegende meertaligheid.

Tijdens de paneldiscussie kwamen veel zaken aan de orde die betrekking hebben op talen die in Suriname worden gesproken. Vaak zijn er bijeenkomsten hierover gehouden, maar er zijn nog bijzonder veel vragen die niet zijn beantwoord. Zo werd er over het algemeen gereageerd op de voertaal in Suriname.

“Er wordt al geruime tijd gesproken over de taal die in het parlement moet worden gebruikt, maar tot op heden kan dat niet worden vastgesteld”, gaf de Bies aan.

Verder markeerde ze dat de officiële taal alleen op basis van de grondwet kan worden vastgesteld. “Taalkundigen noemen de Surinaamse talen moedertalen, maar elke taal is een moedertaal. In principe moet eerder worden gesproken over een Surinaamse taal dan een moedertaal, omdat de moedertaal etnisch is getint. De taal moet worden ontwikkeld door de woordenschat te verbreden, met name in het binnenland”, voerde de taalwetenschapper aan.

“Er moet eerst worden nagegaan welke talen in welke streken van Suriname worden gesproken. De talen moeten functie klaar worden gemaakt”, zei de Bies. Tenslotte gaf ze aan dat in de Taalwet functies zijn vastgelegd, zoals statusplanningen. Alleen moet worden gezorgd dat het door middel van woordenboeken op de juiste wijze wordt voorgelicht.