Wie vroeger vanuit Nederland geld naar familie in Suriname stuurde, kon er een heel leven mee opbouwen.
Een degelijk huurhuis in een nette buurt van Paramaribo voor een paar honderd euro per maand, boodschappen doen, een autootje rijden: met minder dan 800 euro per maand was het ronduit comfortabel leven.
Maar die tijden lijken voorbij. Zelfs mensen met een inkomen in euro’s voelen nu hoe de aanhoudende prijsstijgingen in Suriname ook hun portemonnee beginnen te raken.
Euro’s helpen minder dan vroeger
Dat blijkt uit een analyse van GFC Nieuws. Een lezer schrijft dat hij vandaag een pak met vijf kleine tomaten heeft gekocht voor 110 Surinaamse dollar. Omgerekend is dat ongeveer 2,45 euro.
“Zelfs met mijn euro’s is het eigenlijk niet meer te doen. En ik heb niet eens kinderen,” schrijft hij. Veel mensen zeggen dat ze zo prijsbewust mogelijk leven, maar toch elke maand meer kwijt zijn aan gewone basisproducten.
Signalen uit de districten
De 39-jarige Gwen uit Wanica herkent dit beeld. Zij zegt dat de prijzen langzaam maar zeker blijven stijgen, ook in haar omgeving buiten Paramaribo.
“Het gebeurt soms heel subtiel. Je merkt het pas echt wanneer je alles bij elkaar optelt,” zegt ze. Haar verhaal staat niet op zichzelf. Vanuit meerdere districten komen gelijksoortige geluiden: de stijging treft inmiddels iedereen, ongeacht in welke valuta men wordt betaald.
Remittances uit Nederland, ooit voldoende om een comfortabel leven te leiden, zijn voor velen in Suriname niet langer een financieel vangnet maar een broodnoodzakelijke aanvulling op een dagelijks budget dat steeds minder ver reikt.







