Kwestie Bouterse aangelegenheid van de rechterlijke macht

GFC NIEUWS- Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, Internationale Business en Internationale Samenwerking heeft gesprekken gevoerd met diens Nederlandse collega van Buitenlandse Zaken Stef Blok.
Er is van gedachten gewisseld over een aantal zaken met als rode draad de diplomatieke samenwerking tussen de beide landen.
Tijdens een persconferentie heeft de Nederlandse media vragen gesteld over de kwestie Desiré Bouterse. Laatstgenoemde werd enkele jaren terug in Nederland veroordeeld voor betrokkenheid in de drugshandel.
Zowel minister Blok als minister Ramdien heeft aangegeven dat deze kwestie op het bord ligt van de rechterlijke macht. De beide regeringen leggen de focus op zaken het beleid rakende. De Surinaamse wetgeving staat niet toe dat onderdanen worden uitgeleverd. De zaak wordt gelaten in handen van de justitie om onafhankelijk zijn werk te kunnen doen.
Minister Ramdin gaf eveneens aan, dat Bouterse in Suriname recentelijk is veroordeeld in het kader van de 8 decemberkwestie. Hij heeft hiertegen beroep aangetekend. Ook in ons land geldt het principe van de scheiding der machten, liet de bewindsman optekenen.
‘’Zolang een geval bij de rechter ligt, zullen wij daarover geen uitspraak doen’’. Ten aanzien van de ondersteuning van de rechterlijke macht en justitie en politie richt die zich op een aantal zaken. Minister Ramdin noemde onder meer capaciteitsverruiming, kwaliteitsverbetering, de onafhankelijk van de rechterlijke macht en het openbaar ministerie. Dit zijn de terreinen waarop beide overheden zich richten en die zullen bijdragen aan een klimaat waar eenieder zich veilig voelt en waar de rechten worden gerespecteerd.

Overige berichten