Intrekkingsvoorstel oppositie rij-en voertuigenbelasting

de gezamenlijke oppositie heeft een initiatiefvoorstel voor intrekking van de Wet Rij- en Voertuigenbelasting 2018 ingediend bij De Nationale Assemblee (DNA).

In de memorie van toelichting van dit initiatiefvoorstel staat het volgende:

“Nadat de heffing van rij- en voertuigenbelasting in het jaar 2000 om diverse redenen door de Regering van de Republiek Suriname voor onbepaalde tijd vervallen verklaard was, is per 1 januari 2019 met de Wet Rij- en Voertuigenbelasting 2018 (S.B. 2018 no. 85) getracht om middelen te innen voor de Staat. De uitvoering van deze wet heeft bezwaarlijke financiële gevolgen voor het volk gehad.

In deze wet wordt gesproken van een belasting ten behoeve van onderhoud van de bestaande weginfrastrcutuur, terwijl slechts een fractie van het te innen bedrag via deze belasting zal worden besteed aan genoemd doel. Deze omissie kan niet worden gehandhaafd.

Het is verder gebleken dat deze belasting een bijzonder grote last vormt voor het volk. Dit is ook bekend geworden uit reacties vanuit praktisch alle geledingen van de samenleving, waaraan de regering niet wenst voorbij te gaan.

De regering beseft dat haar mandaat is verleend om de belangen van het volk te dienen en met name die te beschermen tegen verval van de leefbaarheid in het land. De regering houdt ook rekening met haar grondwettelijk plicht om de welzijn en welvaart van de samenleving te verhogen.

In het Regeerakkoord 2015-2020 is het volk eveneens beloofd dat de Sociaal Economische Raad een duidelijke en herkenbare adviserende en plannende rol naar het regeringsbeleid toe zal vervullen. Verder werd het volk beloofd dat taakgroepen zouden worden ingesteld die zich bezig zouden houden met o.a. de relatie tussen de regering en de ondernemers, met inspraak van vakbonden. Aan het volk werd eveneens beloofd dat dit Regeerakkoord te goeder trouw zal worden uitgevoerd.

Het zijn deze redenen die de regering heeft gemoveerd om de in 2018 tot stand gekomen Wet Rij- en Voertuigenbelasting in te trekken. De Sociaal Economische Raad zal in de gelegenheid worden gesteld, eveneens de aan het volk beloofde beleidstaakgroepen die in samenspraak met de vakbonden, hun adviserende rol te vervullen m.b.t. het beleid ter zake.

Deze wet treedt terugwerkend in werking, waardoor de door de belastingplichtigen ter zake reeds betaalde belasting terug gestort zal worden”.

Overige berichten