Ingezonden| Taalkundige fout met inhoudelijke gevolgen Wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren

GFC NIEUWS- Artikel 4 lid 5: Het is de algemene banken verboden om vreemde valuta voor stortingen in ontvangst te nemen zonder een verklaring van herkomst van de middelen. Bij beschikking van de Bank kan een minimumbedrag worden vastgesteld, waarvan het bepaalde in de eerste volzin niet van toepassing is.
De algemene bedoeling van dit artikel is duidelijk: tot een bepaald bedrag, zoals vastgesteld bij de Bank (op grond van deze wet is dat de CBvS), mogen de algemene banken valuta ontvangen zonder verklaring van herkomst. Voor bedragen hoger dan dit bepaald bedrag moet de herkomst worden verklaard. Dit is onder meer ter voorkoming van het witwassen van geld.
De taalkundige formulering is echter niet correct. Een minimumbedrag betekent dat je vanaf dit punt hoger kan gaan. Het betekent ook dat je vanaf dit punt niet lager kan gaan. In deze zin klopt dat dus niet. Hoe het er nu staat, heeft het de volgende consequentie. Als de CBvS een bedrag vaststelt, kan voor alles vanaf dit bedrag “het bepaalde in de eerste volzin niet van toepassing worden verklaard”.
Voorbeeld: Vastgesteld bedrag: $500
Voor alle bedragen onder de $500 moet de herkomst worden verklaard.
Voor alle bedragen hoger dan $500 hoeft de herkomst niet te worden verklaard. Iemand die een bedrag van $10.000 komt storten, hoeft dus niet te verklaren waar het geld vandaan komt. Dit is niet effectief in het bestrijden van het witwassen van geld. Het wetsartikel beoogt het omgekeerde van wat hier gebeurt, maar door de foutieve taalkundige formulering kan deze niet juist worden toegepast.
Het is een uitstekend voorbeeld van waarom het opstellen en vaststellen van een wet zorgvuldig dient te geschieden.
Aruna Mungra

Overige berichten