Ingezonden| Politieke leiders: uitspraken en voorbeeldig gedrag

GFC NIEUWS- Op weg naar de komende verkiezingen in mei 2020 zullen er vele uitspraken en beloftes worden gedaan door diverse leiders en politici.

Het overlopen van her naar der van politici en partijloyalisten is een nieuw fenomeen in de huidige Surinaamse politiek.

Partijprincipe- en discipline worden overboord gegooid omwille van eigen belang. Is er thans sprake van enige partijliefde?

De tijd van de toenmalige leiders J. Lachmon (VHP), J.A Pengel (NPS), Pater Wijdman en Emile Wijntuin (PSV), Iding Soemita en Willy Soemita (KTPI), Ramin Amat en René Kaaiman (PPRS), P. Chandi Shaw (Aktie Groep/ Aktie Front en Partij van de Landbouw), Harry Hirasingh en Balkaran Dihal (PNP) en Just Rens, Jules Sedney, Frank Essed, Eddy Bruma en Fred Derby (PNR) zijn achter de rug.

De huidige kiezers, vooral de first-voters, moeten weten welke partijen ontwikkeling en lotsverbetering kunnen brengen voor de gehele Surinaamse gemeenschap.

De meeste Surinamers proberen hogere posities te verwerven via vele politieke organisaties, niet in ’s landsbelang, maar alleen om het financieel – en eigen belang.

Dat politiek niet wetenschappelijk wordt beoefend en dat politici in gemeenschapsbelang werken, behoort tot het verleden. Neem een voorbeeld aan de wereldleiders, zoals: Mahatma Gandhi/Jawaharlal Nehru (India), Nelson Mandela (Zuid-Afrika ), Julius Nuyerere (Tanzania ), John F. Kennedy en Barack Obama. Deze en meerder leiders hebben ons wijsgemaakt, dat politiek gezien moet worden als dienstverlening aan de samenleving.

We zien thans in de wereld en vooral in de derdewereldlanden dat men in de politiek wil participeren puur om eigen belang (nepotisme, familie -en vriendjes politiek).

Er moet aan de Surinaamse politiek een nieuwe dimensie worden toegevoegd, waarbij er gewerkt wordt aan reële – en realiseerbare programma’s in het belang van de totale gemeenschap.

Politieke partijen moeten niet emotioneel reageren en inspelen op gevoelens van de achterban. Op podia moeten de aanwezigen wel de gelegenheid krijgen om vragen te stellen, er moeten niet slechts monologen worden gevoerd.

Ik ontkom echter niet aan de indruk dat er vergaande – en denigrerende uitspraken zullen worden gedaan. In Suriname zijn er weinig politici die voorbeeldig gedrag vertonen. Het heeft geen enkele zin om tijdens de campagnes de tegenstander te bespotten en of te vernederen.

Wij Surinamers leven doorgaans vredig met elkaar en de politieke exponenten moeten niet wagen om de diverse bevolkingsgroepen tegen elkaar uit te spelen.
Tenslotte een citaat van Graham Greene: “Hoe meer aandacht je aan je vijand schenkt, hoe meer je hem maakt!”

Roy Harpal