Ingezonden| Petrus Donders verschiet van kleur

GFC NIEUWS- Het standbeeld van Petrus Donders in Tilburg verbeeldt de Nederlandse missie in Suriname en de zorg voor leprozen, maar herinnert ook aan de kerstening van de koloniën en de onderdrukking van Afro-Surinamers in de 19e eeuw.
Het beeld uit 1926 werd middelpunt van een polemiek in 2018. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) stelt nu dat ‘beide betekenissen van waarde zijn om de geschiedenis te begrijpen en te kunnen vertellen’. Ze noemt het standbeeld een voorbeeld van monumenten die ‘van kleur verschieten’. Het Tilburgse Stadsmuseum adviseert het beeld te verplaatsen óf opnieuw te contextualiseren.
Volgens het RCE dient Nederland meer ruimte te creëren in het culturele geheugen voor herinneringen die schuren en tot op de dag van vandaag pijn doen. Naast de tweede wereldoorlog met haar antisemitisme en Jodenvervolging valt hieronder ook het slavernij- en koloniaal verleden. Nieuwe generaties laten een ander licht schijnen op de geschiedenis en wegkijken in schurende kwesties heeft geen zin, aldus Ben de Vries van het RCE.
Tilburg kent nog steeds geloof in de ‘apostel der indianen en melaatsen’, maar er is ook een groeiende behoefte aan kennis over het koloniale verleden dat met Suriname wordt gedeeld. Voor erfgoeddeskundigen ligt de betekenis van erfgoed in de bijdrage die het levert aan identiteitsbesef. Tegelijk moet het een zinvolle rol kunnen spelen in de toekomst.
Missionarisromantiek
In dit kader publiceerde Stadsmuseum Tilburg medio april een onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis en veranderende waardering van het standbeeld Petrus Donders in het Wilhelminapark. Niet alleen de vorm van het beeld, maar ook de plek en de ‘afzender’ zijn van belang, stelt onderzoeker Petra Robben. Het waren in Nederland niet zozeer de katholieke arbeiders die Donders eerden, begin vorige eeuw, maar vooral de paters van zijn eigen religieuze orde, de redemptoristen. Dat is de groep waar de onlangs overleden pater Mulder ook deel van uit maakte.
Het standbeeld kwam tot stand in een zeer gepolariseerde tijd, bekend als de Nederlandse ‘verzuiling’. De missionarisromantiek was functioneel in de constructie van een katholieke identiteit in Nederland. De fabrikanten en de katholieke kerk -de lokale elite- hadden belang bij deze constructie. Een succesvolle pater werd neergezet als voorbeeld om de textielarbeiders weg te houden van de klassenstrijd (staking) en hen te binden aan de kerk, in plaats van ‘verderfelijke’ dancings en bioscopen te bezoeken. Daarnaast diende het standbeeld jongeren te verleiden ook missionaris te worden.
Nieuwe betekenislaag
Vanaf de jaren tachtig wordt het Tilburgse standbeeld door sommigen openlijk bekritiseerd als denigrerend en racistisch, vanwege de stereotype, ongelijke verhoudingen. Het beeld van de witte pater met een knielende zwarte man staat op gespannen voet met de multiculturele samenleving, die de stad graag voorstaat.
Het Stadsmuseum meent dat het standbeeld verplaatst zou kunnen worden van de openbare ruimte naar een meer natuurlijke habitat zoals een kerk of het bedevaartsoord in Noord-Tilburg. Ook zou het beeld op haar huidige plaats opnieuw gecontextualiseerd kunnen worden en wel door hedendaagse kunstenaars een betekenislaag aan het beeld te laten toevoegen. Beide opties worden thans overwogen in een gemeentelijke werkgroep, waarin ook Surinaamse Tilburgers zijn betrokken.
In de Suriname-tentoonstelling in Amsterdam kwam de rol van zending en missie in de voormalige kolonie niet naar voren. Robben constateert dat in het hedendaags wetenschappelijk debat de missiegeschiedenis in relatie tot het koloniaal verleden onderbelicht is. Ook haar eigen onderzoek gaat niet in op het Suriname van de 19e eeuw, de tijd waarin Donders leefde. Ze adviseert de gemeente Tilburg dit alsnog te doen.
Carla Mohammed, mede-organisator van Ketikoti-dialoogtafels in Tilburg, sluit zich aan bij de term ‘schurend erfgoed’. Persoonlijk ervaart ze het standbeeld als pijnlijk. “Een naamloze zwarte man tegenover de adoratie voor die ene witte missionaris. Veel mensen -zowel zwart als wit- kennen de geschiedenis onvoldoende, maar deze rapporten zijn een goede eerste stap in het bewustwordingsproces.”

Overige berichten