Ingezonden| Misvattingen over leugens

Iedereen liegt weleens, de meeste leugens zijn om bestwil.

We horen liever een lichte verdraaiing van de werkelijkheid dan de naakte waarheid. Hoe staat het met jouw waarheid? Laat jij je soms verleiden tot een leugen of neem je de waarheid heel serieus? Als je precies had gezegd wat je dacht, hoe zouden anderen dan reageren? Waarschijnlijk zou je weinig vrienden meer hebben en zou je veel tegenwerking krijgen.

De meeste mensen zeggen/denken in de gaten te hebben als iemand tegen hen liegt. Ze hebben het volste vertrouwen in hun kwaliteiten om door leugens heen te prikken. Maar uit diverse onderzoeken blijkt dat we bar slecht zijn in het ontmaskeren van leugens. En dat geldt niet alleen voor leken, maar ook voor professionals zoals politieagenten, advocaten en rechters. Het enige verschil tussen de gewone man en professionals is dat deze laatsten ervan overtuigd zijn dat ze het bij het juiste eind hebben.

Over het algemeen zijn wij heel slecht in het doorzien van leugens. Dat komt o.a. omdat wij op de verkeerde dingen letten bij het bepalen of iemand tegen ons liegt. We denken bv dat leugenaars je niet recht in de ogen kijken en dat ze veel nerveuze bewegingen maken.

Maar uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat gezichtsuitdrukking, niet recht in de ogen kijken en nerveuze bewegingen maken geen aanwijzingen geven dat iemand liegt. Integendeel, leugenaars bewegen minder en maken minder handgebaren. Omdat beweeglijkheid wordt geassocieerd met liegen, proberen leugenaars zulk gedrag te onderdrukken. Bovendien moeten leugenaars harder nadenken, waardoor ze eerder verstijven dan bewegen.

Anderzijds staat het niet vast dat iemand die minder beweegt, geen onwaarheden vertelt. Het blijkt dat hetgeen iemand zegt vaak betere aanwijzingen geeft.

Zo blijkt uit een experiment onder politiemannen dat agenten die letten op verbale aanwijzingen (zoals vage antwoorden en tegenstrijdigheden ) beter waren in het opsporen van leugens dan agenten die letten op hoe vaak de ondervraagden hun blik afwendden. Door andere onderzoeken wordt bevestigd dat ondervragers worden afgeleid door non verbaal gedrag ( zoals bewegingen en oogcontact ).

Een andere misvatting over liegen is dat de meeste mensen denken dat ze leugens van hun partner heel gauw doorzien. We denken onze geliefde zo goed te kennen dat we gauw doorhebben als hij/zij ons voorliegt. Juist omdat we van onze partners niet verwachten dat ze ons in de mailing nemen, tasten we eerder in het duister.

Veel mensen gebruiken een slinkse leugentechniek: de meeste van hun verklaring is waar, met een kleine vitale leugen erin verwerkt. Als je aan de DNA-leden van de coalitie zou vragen hoe ze de toespraak van de president vinden of aan politieagenten hoe ze de toespraak van hun korpschef vinden over aanpak van de criminaliteit, dan zouden ze het vooral hebben over de dingen waarmee ze het wel eens zijn. Over zaken waarmee ze het oneens zijn, houden ze wijselijk hun mond. In hun antwoord zit een vitale leugen verwerkt ( een halve waarheid is soms erger dan een hele leugen ).

Liegen ligt sommige mensen beter dan andere. Een goede leugenaar heeft een natuurlijke charme, is slim genoeg om een plausibel verhaal te vertellen en voelt zich niet schuldig of angstig. Sommigen komen soms glansrijk door een leugendetector. Gelukkig zijn er tactieken om leugenaars te betrappen.

Het blijkt dat leugenaars minder vaak complexe taalconstructies gebruiken ( zoals voegwoorden als “tenzij, behalve “) en zeggen ze ook minder vaak “ ik ”. Een slimme techniek is om “niet direct in de beschuldigende stand” te ondervragen ( dus geen vraag als: “wie waren er nog meer”, maar “je was zeker met je vrienden daar” ).

Een andere strategie is om onverwachte vragen te stellen. Doorbakken leugenaars kunnen zich tot op zekere hoogte voorbereiden op bepaalde vragen, maar ze kunnen niet alle vragen overzien. Leugenaars doen langer over onverwachte vragen ( je bent 17 maar tegen de portier zeg je dat je 18 bent. Als hij vervolgens naar je geboortejaar vraagt, zeg je uhm…negentien… tweeën…uhm…drieënnegentig ). Zulke antwoorden kunnen een indicatie zijn dat er gelogen wordt.

Soms kan een leugenaar zichzelf verraden door zijn bereidheid de vreemdste vragen te beantwoorden. Leugenaars denken dat antwoorden als “ik weet het niet” verdacht klinken en daarom proberen ze op alles een antwoord te geven.

Een andere techniek om leugenaars te betrappen is door zijn denkvermogen verder te belasten. Liegen kost veel meer cognitieve energie dan de waarheid spreken. De leugenaar moet zijn leugens onthouden en ervoor zorgen dat hij de waarheid niet eruit flapt. Door tussendoor te onderbreken en niet ter zake doende vragen te stellen, zal de leugenaar meer moeite hebben zijn leugen goed te vertellen.

Mensen zeggen dat ze van de waarheid houden, maar in de praktijk zeggen ze wat hen het beste uitkomt. Het probleem van waarheid is, dat men waarheid alleen van een ander wil horen. Maar willen we wel weten of iemand tegen ons liegt? Soms is het beter om de waarheid niet te horen; waarom zou je proberen te ontdekken dat complimentjes over je figuur en je kapsel wel waar zijn? Denk eraan dat onwetendheid soms een zegen kan zijn.

Jack Mohanlal

Overige berichten