Nederlandse televisie is al tientallen jaren een vaste waarde in Surinaamse huiskamers, en tegenwoordig op smartphones.
Via BVN, de publieke zender voor Nederlanders in het buitenland, werden journaals en programma’s van de Nederlandse publieke omroep wereldwijd uitgezonden.
Ook lokale zenders zoals STVS nemen regelmatig NOS-journaals over in hun avondprogramma, en via sociale media volgen veel Surinamers Nederlandse nieuwskanalen. Deze sterke band met Nederland heeft echter ook nadelen, waarschuwt Suriname-analist R. Pinas.
Volgens hem wordt veel uit Nederland kritiekloos geaccepteerd, terwijl in Nederland zelf steeds meer kritische geluiden opklinken over de berichtgeving van traditionele media. Dat zegt hij aan GFC Nieuws.
Kritiek op berichtgeving over Israël
Een belangrijk zorgpunt volgens Pinas is de beeldvorming over Israël die via Nederlandse media ook Suriname bereikt.
Hij wijst hierbij op onderzoek van de Nederlandse opiniemaker en schrijfster Maaike van Charante. Naast haar boeken publiceert zij rapporten over de rol van media en politiek.
In 2025 bracht zij een uitgebreid rapport uit over hoe Nederlandse publieke omroepen volgens haar het Israëlisch-Palestijnse conflict presenteren.
Van Charante stelt dat de NOS systematisch manipuleert bij berichtgeving over Israël en Gaza, vooral op subtiele manieren.
Zij legt uit dat grove fouten wel opvallen, maar dat de subtiele framing veel gevaarlijker is omdat het publiek hierdoor wordt beïnvloed zonder dit te merken.
Voorbeeld van eenzijdige berichtgeving
Als voorbeeld gebruikt Van Charante een NOS-artikel van verslaggever David Poort. Het artikel begint met alinea’s over doden in Gaza, waarbij alleen bronnen zoals “de autoriteiten in Gaza” worden aangehaald.
Israël komt pas later aan het woord, en er wordt gesuggereerd dat hun verklaring niet te controleren is. Dit schept volgens Van Charante een beeld waarin Israël altijd verdacht lijkt en Palestijnen altijd slachtoffers zijn.
Het artikel citeert verder Mustafa Barghouti, wiens uitspraken volgens haar niet kritisch worden getoetst.
Context over Israëlische beschuldigingen van bestandsschendingen door Hamas ontbreekt, terwijl Israëlische acties wel uitgebreid worden besproken.
Ook de berichtgeving over grensovergangen bij Rafah is volgens haar vertekend, omdat de feitelijke afspraken niet worden genoemd.
Hamas’ rol wordt weggelaten
Van Charante bekritiseert vooral dat Hamas’ verantwoordelijkheid in het geweld en de humanitaire problemen in Gaza vaak wordt weggelaten.
De VN en UNRWA worden als betrouwbare bronnen gepresenteerd, terwijl Israëlische cijfers over slachtoffers volgens haar grondiger zijn maar niet worden gebruikt.
Haar conclusie is dat het narratief steeds hetzelfde blijft: Israël als dader, Palestijnen als slachtoffers.
Informatie die dit beeld nuanceert wordt weggelaten. Zij linkt dit aan maatschappelijke gevolgen zoals antisemitisme in Nederland.
Voor Suriname betekent dit volgens Pinas dat er onbewust een eenzijdig beeld ontstaat.
Hij pleit voor meer alertheid bij het consumeren van Nederlandse media en het raadplegen van verschillende bronnen.






