Good Governance in Suriname

INGEZONDENVolgens Thomas Hobbes hebben wij allemaal natuurlijke hartstochten die ons aanzetten tot onder andere partijdigheid, hoogmoed en wraakzucht.

De natuurwetten, zoals Hobbes die ziet, waaronder „rechtvaardigheid‟, „billijkheid‟, „bescheidenheid‟ en „vergevingsgezindheid‟, zijn in strijd met onze hartstochten.

Helaas staat de Surinaamse overheid niet op afstand, maar wordt de overheidsvennootschap aangestuurd als ware het een onderdeel van een departement (ministerie) is.

De politiek geeft niet graag macht uit handen. De directe participatie door politieke partijen in een RvC en het bestuur vergroot de invloed van de politiek.

Politieke partijen oefenen (daardoor) indirect invloed uit op belangrijke beslissingen binnen een overheidsvennootschap, zoals benoemingen, werving personeel, aanbestedingen, e.d.

De politiek doet aan „ledenbinding‟ door middel van het vergeven van posities. Dat is een fenomeen waar we hier in Suriname al decennialang last van hebben.

Mijn standpunt in deze discussie luidt als volgt. Een overheidsvennootschap maakt geen deel meer uit van de publieke sector maar dient, afgezien van kwesties rond concessies, vergunningen en andere publieke belangen, gevrijwaard te zijn – en onafhankelijk te kunnen opereren – van directe of indirecte politiek bepaalde overheidsbeïnvloeding, met uitzondering van de invloed die direct voortvloeit uit de zakelijke (vennootschapsrechtelijke) positie van de overheid als aandeelhouder.

Een overheidsvennootschap dient mijns inziens te functioneren op een wijze die in hoge mate vergelijkbaar is met iedere andere professioneel gerunde commerciële vennootschap en is, in vrije concurrentie met andere marktpartijen, gericht op het behalen van geldelijk voordeel voor de aandeelhouder, in dit geval dus de overheid (of – zo men wil – de gemeenschap).

Bovendien lijkt het mij gewenst dat de overheid een duidelijke keuze maakt. Als activiteiten zijn ondergebracht in een NV dan hoort daarbij dat de directe invloed van de overheid op die activiteiten minimaal is. Dan hebben we het over „good corporate governance‟.

Wil de overheid een grote(re) invloed dan lijkt het voor de hand te liggen om die activiteiten weer bij het takenpakket van de overheid onder te brengen en direct op de overheidsbegroting te laten drukken. Dan weet iedereen precies waar hij aan toe is.

Dat er in een kleine gemeenschap als die in Suriname, met maar beperkte keuze wat betreft te benoemen bestuurders en commissarissen en waarin (familiale, sociale) netwerken bij het maken van keuzes een belangrijke rol lijken te spelen, sprake is van een spanningsveld is evident.

Des te belangrijker is het dat de overheid een duidelijke visie heeft op haar aandeelhouderschap en dat er goede en transparante procedures zijn, bijvoorbeeld wat betreft de benoeming van bestuurders en commissarissen.

Bestaat voor de overheid de plicht om, ik zeg het maar kort, de beste kandidaat tot bestuurder te benoemen in plaats van de kandidaat van de eigen politieke partij van de betrokken Minister?

De aandeelhouder is vrij te benoemen wie hij wil zolang hij zijn stemrecht niet misbruikt en het benoemen van politieke vrienden (als die ten minste marginaal de kwaliteitstoets doorstaan) is m.i. in principe geen vorm van good governance.

Van de overheid wordt dus bijvoorbeeld geëist dat beleid wordt geformuleerd, zodat duidelijk is hoe de overheid zich als aandeelhouder zal gedragen, waarbij als uitgangspunten gelden „transparantie‟ en het „afleggen van (publieke) verantwoording‟, terwijl van de overheid tevens wordt verwacht dat die zich professioneel en resultaatgericht opstelt.

Dat betekent ook dat de overheid niet betrokken mag zijn bij het dagelijks beheer (de „day-to-day business‟) en dat de overheid de onderneming volledige operationele autonomie moet gunnen.

Het is ongezond voor de bedrijfsvoering bij een overheidsvennootschap om op bijna dagelijkse basis te moeten meebuigen met de vaak wispelturige wensen van de overheid.

En zolang de overheid zelf op zijn minst de indruk wekt zich aan de beginselen van corporate governance niet veel gelegen te laten liggen, wordt het belang van regels, transparantie en rechterlijke toetsing steeds belangrijker.

Transparantie betekent niet alleen dat de overheid een duidelijke visie moet hebben waar het betreft overheidsvennootschappen, maar die visie ook openbaar maakt en daardoor (hopelijk) ook toetsbaar.

John Mahboeb

Publicatie van ingezonden stukken houdt niet in dat de redactie het eens is met de inhoud. Wenst ook u een ingezonden stuk te publiceren? Mail dit naar [email protected]

BEKIJK OOK: Rationeel denken….rationeel handelen

Overige berichten