fbpx




Facebook Pagelike Widget

Goed of slecht onderwijs? En wat gaan we eraan doen?

GFC NIEUWS- In de oktoberversie van de Parbode is een artikel gepubliceerd met als titel ‘EBGS en openbare scholen presteren het slechtst’.

In dit artikel wordt naar het slagingspercentage van de muloscholen van de verschillende aanbieders (6 in totaal) van voj onderwijs in Suriname gekeken en verschillende factoren die mogelijkerwijs het percentage beïnvloeden, besproken. Wij betreuren het dat onze stichting niet in de gelegenheid is gesteld te reageren op het artikel vóór publicatie.

Onderwijsprestaties zijn namelijk afhankelijk van veel factoren. In dit artikel willen wij enkele zaken kort belichten en ook voorstellen doen om de onderwijsdata te analyseren, zodat het onderwijsbeleid op nationaal- en organisatieniveau afgestemd kan worden.

Enkele aandachtsgebieden wanneer je onderwijsprestaties beoordeelt:

1. Socio-economische achtergronden van leerlingen.

2. Wat zijn de locaties (dorp, wijk) van de scholen? Daarmee samenhangend de omstandigheden van het gebouw, de gemeenschap (en hun participatie), etc.

3. Opbouw van de scholen op voj niveau: wat is de verhouding tussen A en B richting.

4. Hoe vaak blijven hoeveel leerlingen zitten in de klassen voordat ze examen doen.

5. Uitval van leerlingen voordat zij hun opleiding afronden.

6. Zijn er verschillen tussen de seksen voor de verschillende factoren (richtingskeuze, zitten blijven, etc.)

7. Randvoorwaarden zoals investeringen in professionalisering leerkrachten en infrastructuur.

8. Samenstelling leerkrachtenteams.

9. Methode van examineren (open vragen versus multiple choice)

10. Discrepantie tussen cijfers voor repetities die door de scholen zelf worden opgesteld en de landelijke repetities. Indicatie voor niveau verschillen.

De vraag is of al de bovenstaande aspecten meegenomen zijn in het beoordelen van de onderwijsprestaties in het voornoemde artikel. Ook moet onderstreept worden dat onderwijsprestaties over een langere periode bezien moeten worden.
Om een voorbeeld te geven: als Stichting Onderwijs der EBGS hebben wij de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de professionalisering van het personeel. Ook hebben wij enkele processen gestandaardiseerd zoals een uniforme format voor lesvoorbereidingen en ook het differentiëren in de klas.

In het programma “Van klassikaal naar gedifferentieerd onderwijs” zijn alle schoolteams op glo-niveau getraind op vijf onderdelen, waarvan het lesvoorbereidingsmodel ADI (Activerende Directe Instructiemodel) een belangrijk onderdeel vormt.

Op de voj-scholen hebben wij na jaren van fluctuaties in de prestaties alle vakgroepen in clusterverband laten samenwerken, waarbij de mulo scholen gezamenlijk per vak de programmering opstellen en ook gezamenlijk clusterrepetities opstellen.

De impact op de scholen, de leerlingen en daarmee uiteindelijk de score van deze investeringen zal op de langere termijn duidelijk moeten worden. Dit zal niet direct zichtbaar zijn. Meer dan slagingspercentages De kwaliteit van het onderwijs bepaalt in hoeverre wij als natie en als organisatie in staat zijn onze prestaties op een bepaald niveau te krijgen en, vooral, ook te behouden.

Stichting Onderwijs der EBGS wil een warm pleidooi houden voor een breed meerjaren (kijkend naar data over meerdere jaren) wetenschappelijk onderzoek naar ons onderwijs, niet alleen de uitstroom. Dit onderzoek is noodzakelijk om de kwaliteit van het onderwijs vast te stellen en kan niet meer uitgesteld worden met de snel veranderende maatschappij met veranderende eisen, zowel binnen als buiten Suriname. We kunnen niet langer volstaan met slechts kijken naar de slagingspercentages en daar eenzijdige conclusies uit trekken.

Om ons onderwijs relevant te houden moet, naast de richting, duidelijk worden hoe we de kwaliteit kunnen verhogen van alle niveaus van ons formeel onderwijs. Binnen dit onderzoek moet uiteenlopend data in verband met elkaar worden gebracht. Financiële en demografische data bijvoorbeeld zijn hierbij ook van belang: wie woont waar, wat zijn de verplaatsingen door de jaren heen, wat zijn groeikernen, vervoersmogelijkheden, waar wordt economische activiteiten ontplooid.

Een dergelijk onderzoek moet door het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur geïnitieerd worden, maar zoals gezegd breed en onafhankelijk worden opgezet. Data van verschillende bronnen en wetenschappers/onderzoekers en afstudeerders van verschillende disciplines van onze universiteit kunnen worden ingezet. Ook externe experts kunnen worden ingezet, indien specifieke kennis/kunde binnen Suriname niet voorhanden is.

Tot slot

Onderwijs is van zeer groot belang voor vorming van onze maatschappij. Onderwijs start vanaf de kinderopvang en gaat ons hele leven lang door. We moeten immers levenslang leren. We moeten daarom uitzetten waar we als samenleving naartoe willen (kenniseconomie, voedselschuur, grondstoffenland, etc.) en ons lange termijn onderwijsbeleid op álle niveaus daarop afstemmen, gebaseerd op data.

Dit onderwijsbeleid moet richtinggevend zijn voor een lange periode (20-30 jaar) en de richting moet onafhankelijk zijn van politieke wisselingen binnen deze periode. Op die manier werken wij allen samen doelgericht naar goed onderwijs waar betere schoolprestaties een gevolg van zullen zijn.

Stichting Onderwijs der EBGS

Meer nieuws

Surinaamse kunst in de VS

GFC NIEUWS- Van 7 Surinaamse kunstenaars, verbonden aan Readytex Art Gallery, is werk opgenomen in een groepsexpositie in de VS: Cultural Encounters: Art of Asian…

Adhin wordt vandaag gehoord door hoorcommissie DNA

GFC NIEUWS- Parlementariër Ashwin Adhin wordt vandaag door een ingesteld hoorcommissie van De Nationale Assemblee (DNA) gehoord over zijn betrokkenheid bij vernietiging van media-apparatuur van…

Amoksi: Uitspraken Bouterse vrij ernstig

GFC NIEUWS- De uitspraken gedaan door ex-legerleider tevens ex-president Desi Bouterse tijdens een NDP-meeting in Ocer om de macht over te nemen middels wapens zijn…