Glas halfvol bij uitzendbranche: nog ‘maar’ twee derde bureaus racistisch

‘Driekwart uitzendbureaus discrimineert op afkomst’, kopte Het Parool in november 2011. ‘Acteurs tonen discriminatie in uitzendbranche aan’, schreef de Volkskrant ruim een jaar later.

De koppen lijken ieder jaar gekopieerd van oude kranten, als het gaat om racisme bij uitzendbureaus. Ging het in 2011 om driekwart van de uitzendbranche die discrimineerde, in januari 2017 was het 70 procent van de branche die graag voldeed aan racistische verzoeken voor arbeidskrachten.

Consumentenprogramma Radar turfde een derde ‘goeien’ bij een telefonische undercoveractie waar nadrukkelijk gevraagd werd om “geen Turken, Marokkanen of Surinamers”; 36 procent van de bureaus die werden gevraagd te discrimineren zei resoluut “nyet”.

Twee derde stond daar dus wel voor open: 14 procent liet weten best de andere kant op te willen kijken, de overige kantoren hadden geen enkel bezwaar potentiële uitzendkrachten door het wit-zwarte filter te halen.

Een halfvol glas

“Onacceptabel en teleurstellend”, is de keurig-correcte reactie van branchevereniging ABU. “We moeten onze leden blijven informeren en trainen. Discriminatie is een hardnekkig probleem, het vraagt om een cultuuromslag. Wij blijven daarop inzetten”, zegt ABU-directeur Koops op de NOS-website.

Iris Andriessen van het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft het liever over een halfvol glas. In 2011 deed zij een vergelijkbaar onderzoek, vertelt de NOS: “Toen zei 15 procent nee tegen het verzoek. Het is positief dat dat cijfer flink is gestegen.”

Overige berichten