fbpx

Enkele vragen over de toetsresultaten van de 6e klas

Op 13 augustus hebben de leerlingen van de zesde klas de uitslag van de selectieve toets ontvangen. De uitslag van deze toets bepaalt welk vervolgonderwijs de leerling gaat volgen. Gelijk na de uitslag barstte de discussie los over de tegenvallende leerresultaten.

Alhoewel de uitslag dit jaar met 2,9 naar 59% gestegen is, is dit percentage nog ver beneden de internationale norm van 80%. Zowel de Federatie van organisatie van Leerkrachten als het Nationaal Jeugdparlement zeggen on tevreden te zijn over dit resultaat.

Het Second Basic Education Improvement Program stelt dat de uitkomst van de toetsresultaten niet gerelateerd kan worden aan de vernieuwingen op de basisschool. De selectieve toets is op basis van de voorgaande methoden samengesteld. Immers de nieuwe methoden zijn nog niet in de 5e en 6e klassen geïmplementeerd.

Een vraag die hierbij onvermijdelijk is, is waar de tegenvallende resultaten vandaan komen. We weten dat er verschillende oorzaken/factoren zijn die de leerresultaten van leerlingen beïnvloeden. Ik denk hierbij aan omgevingsfactoren en factoren die bij het kind zelf liggen.

Zo gauw de resultaten tegen vallen, wordt meestal gewezen naar het onderwijs en niet onterecht vragen die hierbij centraal staan, zijn in hoe verre dat onderwijs kindvriendelijk is en in welke mate op basis van kindvriendelijk onderwijs gedifferentieerd wordt.

Een volgende vraag is in hoeverre deze uitslag verrassend genoemd mag worden voor de leerkrachten, de ouders, de beleidsmakers en de leerling zelf? Gelukkig is de diagnostische toets weer ingevoerd, waardoor leerkrachten, ouders en leerlingen een globaal beeld krijgen van wat in de zesde klas verwacht mag worden. Maar is deze diagnose niet te laat om bijvoorbeeld het onderwijs passend te maken.

Kindvriendelijk onderwijs houdt ook in dat het onderwijs weet heeft van de sterke en zwakke leervermogen van de leerlingen en het kan niet vroeg genoeg hier een overzicht van te hebben aan de hand van een leerlingvolgsysteem. Hierdoor wordt de leerling vanaf de onderbouw gevolgd en kindvriendelijk onderwijs aangeboden waardoor zij instaat gesteld wordt de eigen mogelijkheden en talenten te ontwikkelen.

Heel veel kinderen beginnen de basisschool met een taal achterstand waarvan de oorzaak milieu gevoelig dan wel individueel van aard is. Stel dat wij te maken hebben met een zwakke lezer. Wat kunnen de oorzaken zijn: weinig leesuitdaging thuis, op school of heeft deze leerling een stoornis, denk hierbij aan dyslexie. Welke mogelijkheden biedt ons onderwijs aan deze leerling in de klas of tijdens een toets/examen?

Van de impact van het leesonderwijs op het leerresultaat van een leerling uitgaande, mag gesteld worden dat er veel te winnen valt met maatregelen die de leesvaardigheid van leerlingen verhogen.

Deze vragen kunnen ook gesteld worden over de verschillende stoornissen waarmee leerlingen op school komen. Het zijn misschien kleine vragen, maar bij adequate maatregelen gaan de leerresultaten wel om hoog.

Senard Mawie

Overige berichten