Een juridisch perspectief op de Covid-19-aanpak

INGEZONDEN– In het belang van een effectieve aanpak van een volksgezondheids- (public health) crisis behoren ook juristen actief betrokken te zijn.

Om de omvang van een volksgezondheidscrisis en tenminste de effecten daarvan te beperken, is het plegen van handelingen met juridische gevolgen onontkoombaar.

In deze bijdrage zal ik mij beperken tot de juridische gevolgen op het gebied van fundamentele rechten.

Eeuwen terug werden fundamentele rechten op grote schaal geschonden in een poging om bijvoorbeeld de toen epidemische syfilis te bestrijden. (foto: “Early health promotion pamphlet, Brant 1496”)

Destijds werden bij gezondheidsvoorlichting groepen uit de samenleving neergezet als het kwaad. Zij werden geïdentificeerd met de ziekte syfilis. Dat had een stigmatiserend effect.

De aanpak was gericht op het verbannen van de zieken uit de samenleving en het vermijden van contact met specifieke groepen van personen. Daarmee zou de kans op besmetting voorkomen kunnen worden.

Deze harde en mensonterende aanpak hebben wij in Suriname ook gekend in de beginjaren van de leprabestrijding.

In de aanpak van meer hedendaagse volksgezondheidscrises, zoals tuberculose, HIV en verslaving (drugs, drank, tabak), worden fundamentele rechten steeds meer gerespecteerd. (foto: “Death for sale? San Diego Tribune, 1987”)

Voor wat de aanpak van Covid-19 betreft, werd er al vroeg op internationaal niveau gewezen op het belang van het respecteren van de fundamentele rechten.

Verwezen kan worden naar de operationele paragraaf 7.2 van de aangenomen resolutie tijdens de 73ste World Health Assembly van de Wereld Gezondheidsorganisatie op 18 mei 2020.

Daarin worden lidstaten opgeroepen om nationale actieplannen te ontwikkelen en uit te voeren tegen COVID-19.

Die actieplannen moeten onder meer mensenrechten en fundamentele vrijheden eerbiedigen en discriminatie, stigmatisering en marginalisering voorkomen.

Wereldwijd en ook in Suriname is het algemeen aanvaard dat de meest belangrijke boodschap aan de samenleving moet zijn hoe een besmetting met het corona-virus te voorkomen.

Ook is er brede steun voor de boodschap dat in geval van een Covid-19-besmetting een versterkt menselijk afweersysteem de beste remedie is.

Ter versterking van het menselijk afweersysteem worden reeds eeuwen natuurgeneesmiddelen gebruikt.

Specifiek tegen Covid-19 zijn er vaccins ontwikkeld die momenteel wereldwijd op basis van vaccinatieprogramma’s worden toegediend.

De meest in het oog springende fundamentele rechten die bij zo’n vaccinatieprogramma onder druk kunnen komen te staan, zijn het recht op de lichamelijke integriteit en het recht op non-discriminatie.

Deze rechten zijn opgenomen in de artikelen 8 en 9 van de Grondwet. Het is duidelijk dat een maatregel die personen verplicht om zich te laten vaccineren in beginsel in strijd is met het recht op de lichamelijke integriteit.

Uitsluitingsmaatregelen gericht op personen die niet gevaccineerd zijn, zouden een directe of indirecte discriminatoire uitsluiting kunnen inhouden.

Personen en organisaties die verplichten of uitsluiten kunnen zich daarom allicht schuldig maken aan de strafbare feiten opgenomen in de artikelen 126bis, 175bis, 176 of 500a van het Surinaams Wetboek van Strafrecht.

De dramatische, mensonterende situaties uit de geschiedenis van de publieke gezondheidszorg mogen zich niet herhalen. Ook niet in verhulde vorm. De primaire taak om hiervoor te waken ligt bij de juristen.

De belangrijke doelen die de volksgezondheidsautoriteiten zich stellen kunnen succesvol worden gehaald zonder fundamentele rechten te schenden.

Gezondheidsautoriteiten dienen, behalve de algemene campagnes, ook intensief speciale doelgroepgerichte voorlichtings- en informatiecampagnes te ontwikkelen en uit te voeren.

Dat dienen zij in nauwe samenwerking met zoveel mogelijk subgroepen van de samenleving te doen.

Door deze activiteiten zullen individuen binnen de specifieke doelgroepen beter in staat zijn om alle mogelijke opties tegen elkaar af te wegen.

Iedereen moet in staat gesteld worden goed geïnformeerde en afgewogen keuzes te maken over het wel of niet laten vaccineren.

Suriname heeft deze inclusieve aanpak in het verleden reeds succesvol gehanteerd ten aanzien van bijvoorbeeld lepra en HIV.

Ook in de Covid-19-crisis is het mogelijk om een inclusieve aanpak te hanteren. Dat zal het grijpen naar het onrechtmatige direct of indirect verplicht stellen van vaccineren onnodig maken.

Mr. Milton A. Castelen, LL.M. & LL.M.

Publicatie van ingezonden stukken houdt niet in dat de redactie het eens is met de inhoud. Wenst ook u een ingezonden stuk te publiceren? Mail dit naar [email protected]

BEKIJK MEER GFC NIEUWS: KLIK HIER

Overige berichten