Een blik op kinderrechten anno 2017

Op 20 november 1989 werd het Kinderrechtenverdrag door de Verenigde Naties aangenomen. Daarom is 20 november benoemd tot internationale kinderrechtendag.

Er zijn 195 landen lid van het Kinderrechtenverdrag en daarmee is dit verdrag het meest onderschreven mensenrechtenverdrag in de geschiedenis. Vermeldenswaard is dat de Verenigde Staten nog geen lid is.

De plaats van het onderwijs

Het VN-Kinderrechtenverdrag bevat niet alleen algemene-, beschermings- en participatierechten maar ook zorgrechten zoals het recht op gezondheidszorg (artikel 24) en onderwijs (artikel 28).

Volgens UNICEF gaan wereldwijd 93 miljoen kinderen niet naar school. Meer dan de helft daarvan zijn meisjes. Onderwijs biedt kinderen de kans om te ontsnappen aan armoede en om een gezond leven te leiden.

De Staten die partij zijn, erkennen het recht van het kind op onderwijs, en teneinde dit recht geleidelijk en op basis van gelijke kansen te verwezenlijken, verbinden zij zich er onder andere met name toe:

a) primair onderwijs verplicht te stellen en voor iedereen gratis beschikbaar te stellen;

b) de ontwikkeling van verschillende vormen van voortgezet onderwijs aan te moedigen, met inbegrip van algemeen onderwijs en beroepsonderwijs, deze vormen voor ieder kind beschikbaar te stellen en toegankelijk te maken, en passende maatregelen te nemen zoals de invoering van gratis onderwijs en het bieden van financiële bijstand indien noodzakelijk;

c) met behulp van alle passende middelen hoger onderwijs toegankelijk te maken voor een ieder naar gelang zijn capaciteiten.

Het belang van opvoeders

Hoe kinderen en jongeren worden opgevoed, onderwezen en ondersteund door verschillende volwassenen, leeftijdgenoten en instellingen heeft grote gevolgen voor de kennis, vaardigheden, voorkeuren en meningen die zij als volwassenen zullen hebben.

De 21e eeuw plaatst ons allen, en in het bijzonder onze jeugd, voor uitdagingen op het gebied van technologie, internet, relaties, etnisch‐ religieuze diversiteit, werkgelegenheid, duurzaamheid, verstedelijking en globalisering. Dit vergt een nieuwe kijk op de manier waarop wij onze jeugd voorbereiden op hun toekomst.

Wat zijn de belangen van kinderen in de 21ste eeuw volgens opvoeders, onderwijs‐ en jeugdzorgprofessionals, en welke rol spelen culturele en sociaal‐economische factoren daarin? Worden de belangen en rechten van kinderen in beleid en praktijk van opvoeding, onderwijs en begeleiding voldoende gewaarborgd?

Bieden huidige pedagogische en onderwijskundige kaders voldoende houvast voor ouders, leraren en andere professionals? Hoe kunnen we de jeugd betrekken bij de vraag wat voor henzelf van belang is voor hun toekomst?

Dergelijke vragen grijpen terug op kernvragen van de pedagogiek die al enige tijd geen onderdeel meer zijn van de onderzoeksagenda. Ze zijn cruciaal voor het leggen van een solide basis voor wetenschappelijk onderzoek dat kennis oplevert voor maatschappelijke vraagstukken.

Omdat de ontwikkeling van de jeugd in een veelheid van contexten plaatsvindt, is ook een verbinding tussen de ‘traditionele’ disciplines zoals pedagogiek, ontwikkelingspsychologie, onderwijswetenschappen) noodzakelijk.

Pedagogen en psychologen ondersteunen kinderen en ouders rechtstreeks, geven advies of begeleiding aan leerkrachten of stellen pedagogische rapportages op als onderdeel van rechterlijke procedures zodat het belang van het kind wordt meegewogen.

Hoe goed zijn we ons als opvoeders bewust van het voorgaande? Hoe is het gesteld met de samenwerking en de beschikbaarheid van al deze deskundigen in opvoedings- en schoolsituaties?

Surinaamse kinderen zijn wel beter af dan leeftijdgenoten in Congo en Jordanië maar kunnen niet tippen aan kinderen in Nederland en lopen volgens geraadpleegde bronnen zelfs ver achter op Guyana voor wat betreft de beleving van de kinderrechten.
“Kinderen zijn mensen met normale wensen”!

Hortence Promes MEd.
Voorzitter Stg.BEST Child of Gold

(GFC)

Overige berichten