fbpx

Dikke jongens hebben op volwassen leeftijd een kleiner geslachtsdeel

GFC GEZONDHEIDSREDACTIE- Jongens die tijdens de pubertijd lijden aan zwaarlijvigheid worden later gemiddeld 5cm korter dan hun slanke gelijken en hebben een 10% kleiner geslachtsdeel.

Ook hadden zelfs peuters en kleuters met overgewicht een kleiner geslachtsdeel dan die met een normaal gewicht.

Uit een nieuw Italiaans onderzoek waaraan meer dan 1100 mannen in de leeftijd van 0 tot 20 meededen, blijkt dat kinderen met corpulentie veel later in de pubertijd terechtkwamen en deze ook sneller doorbrachten.

De groep met obesitas had een 40-50% lager testosterongehalte dan degenen die op een gezond gewicht waren en hadden een tien procent kleiner geslachtsdeel, zelfs als er werd gecorrigeerd voor het vet op het schaambot.

Expert op gezondheidsgebied en lifestyleadviseur Jonathan Clarke vermoedt dat het hoge oestrogeengehalte voor een deel verantwoordelijk is hiervoor. De waarden van dit hormoon zijn vaak hoger bij mensen met overgewicht.

jonathan clarke | GFC

Jonathan Clarke

Hij vertelt dat volgens de studies, deze groep ook een lager groeihormoon gehalte had, wat zou zorgen voor een verminderde expressie van androgeenreceptoren (androgenen = mannelijke hormonen).

BEKIJK OOK
Het drinken van zwarte thee kan gezondheid op lange termijn verbeteren

Het resultaat hiervan zou zijn dat er minder testosteron en zijn voorloper DHT wordt geproduceerd. Laatstgenoemde zou tijdens de pubertijd essentieel zijn voor de groei van het mannelijk geslachtsdeel.

De Europese topexpert Clarke zegt vanuit Duitsland aan GFC Nieuws dat de bewijzen dat dik zijn erg ongezond is, zich verder opstapelen.

“Meerdere onderzoekingen hebben volgens Clarke uitgewezen dat personen met overgewicht, door een toename van het enzym aromatase, dikwijls een grotere conversie hebben van het hormoon testosteron naar oestrogeen.

“In de praktijk zie ik ook bij corpulente volwassenen, mannen en vrouwen, vaker een disbalans tussen deze twee hormonen”, aldus Jonathan Clarke.

foto ter illustratie

Bekijk hier meer publicaties van gezondheidsexpert Jonathan Clarke.