Defensieorganisatie Suriname oriënteert zich in Amerika op noodhulpverlening

Leden van Suriname’s strijdkrachten, bestaande uit een team van drie personen, bevonden zich van 27 juli – 1 augustus in de Black Hills als onderdeel van een uitwisselingsproject met de South Dakota National Guard (SDNG). Het accent lag hierbij op het verlenen van noodhulp en hulpoperaties gedurende rampen.

Dit uitwisselingsprogramma gaf de troepen van Suriname’s militaire organisatie de mogelijkheid om de noodhulpcentra van de SDNG’s Joint Operation Center tot de the South Dakota Emergency Operations Center te observeren. “In de afgelopen jaren hebben we veel last gehad van slecht weer en een aantal overstromingen,” zei luitenant-kolonel Johnny Antonius, hoofd van Strategische Planning en Onderwijs van Suriname’s defensieorganisatie. “In slechts drie tot vier weken hadden we zware windstoten, die als gevolg hadden dat honderden huizen hun daken verloren of helemaal werden vernietigd. Wij geloven dat dergelijke stormen opnieuw terug zullen komen en we kunnen ze vermijden, maar we kunnen op zijn minst wel een systeem klaar te hebben dat ons in staat stelt hulp te bieden aan degenen die het nodig hebben.”

Het Nationaal Coördinatie Centrum voor Rampenbeheersing (NCCR) heeft mandaat om in geval van een ramp – met medewerking van alle ministeries – noodhulpoperaties te verrichten, maar Antonius zei dat Defensie ook bereid is om noodhulpcentra op te richten. Hij gaf aan dat het NCCR zich bewust is van de noodzaak voor het oprichten van dergelijke centra.
“Ik hoop dat dit helpt het proces te versnellen en ik zal mijn uiterste best doen om de noodzaak ervan duidelijk te maken,” zei Antonius.

Naast de discussies over de processen gedurende noodhulpoperaties op landelijk niveau, hebben de Surinaamse eenheden ook een gezamenlijke militaire operatie van het South-Dakota Leger en de Air National Guard mogen bijwonen. Het was de bedoeling dat de Surinaamse strijdkrachten de systemen konden bekijken om daarna na te gaan wat ze voor Suriname zouden kunnen ontwikkelen. Antonius zal, wanneer het driekoppige team naar Suriname terugkeert, een rapport presenteren aan de minister van Defensie. Hij beschouwt het nu al als een geslaagde missie. “Wat we hier hebben gezien was indrukwekkend op alle niveaus,” aldus Antonius.

De SDNG heeft twee vervolguitwisselingen gepland naar Suriname, die aan het einde van augustus zullen plaatsvinden. De eerste zal zich richten op rampenmanagement, gevolgd door een Joint Operations Center uitwisseling. De Amerikaanse Navy Cmdr. Luis Figueroa, een
senior defense official/defense attaché from U.S. Southern Command, die in Suriname gestationeerd is, zei dat het hele idee van uitwisseling is om van elkaar te leren. “Het is een wederzijds voordelige relatie, aldus Figueroa.

Overige berichten